20151224-trouw-kerstbijlage-bullinga-economieMarcel Bullinga: ‘De puber van nu wordt ondernemer. We staan aan het begin van een nieuw tijdperk, dat van een freelance economie’ – In Trouw Kerstbijlage 24 december 2015 PDF1 en PDF2

Een cao, was dat niet iets uit opa’s tijd, zal de tiener van nu zich straks afvragen. En over opa gesproken, hoe zit dat in de toekomst met de pensioenen? De tieners die in 2000 zijn geboren, beginnen rond 2025 aan hun eerste baan. Zij zullen hun geld verdienen in een economie die sterk afwijkt van de huidige. Of dat een verbetering of verslechtering is?

Zeg tegen een weerman- of vrouw nooit dat hij het weer voorspelt. Hij spreekt een verwachting uit. Dat is echt iets anders dan wichelarij. Voor economen die naar de toekomst kijken, geldt iets vergelijkbaars. “Ik heb geen glazen bol”, zegt onderdirecteur van het Centraal Planbureau (CPB) Bas ter Weel. “Iedere generatie denkt dat de wereld sneller verandert dan de wereld van de vorige generatie. Ik weet niet of dat zo is. Net zo min weet ik of de jongeren van nu het later beter krijgen dan wij.”

Valt er dan niets te zeggen over de wereld waarin de tiener van nu straks werkt en leeft? Toch wel. En het is juist het CPB van Ter Weel dat deze maand samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vooruit keek naar de jaren 2030 en 2050.

Dat doen de denktanks vanuit twee scenario’s. Een waarin de technologische vernieuwing doorzet, de handel floreert en gewapende conflicten verminderen en een scenario van stagnatie en internationale spanningen.

Welke scenario het ook word, de tiener van nu moet volgens CPB en PBL sowieso rekening houden met minder economische groei dan in het verleden. Dat heeft vooral te maken met de generaties voor hen. In 2050 zal een op de vier Nederlanders ouder zijn 65 jaar. Nu is dat nog een op de zes. Dat heeft gevolgen voor de economische groei. Een gepensioneerde draagt nu eenmaal minder bij aan economische groei dan een werknemer in de kracht van zijn leven.

Als de huidige scholieren 2050 inluiden, zonder particulier vuurwerk zoals begin deze eeuw, hebben zij al een carrière achter de rug van 25 jaar. En misschien wel langer. Want wie in een bedrijf werkt met stagiaires zal het zijn opgevallen dat ze steeds jonger worden. Afstuderen doen jongeren tegenwoordig op een leeftijd waarop generaties voor hen nog aan de studie moest beginnen.

Dat heeft te maken de tempobeurs en later de strengere prestatiebeurs die een einde maakte aan het bestaan van de eeuwige student. De studiebeurs? Ook verdwenen. Er is een lening en een kredietregeling om het collegegeld te betalen. Het enige dat de overheid nog vergoed, is de aanvullende beurs van een paar honderd euro per maand. Maar dan moet je als student wel je diploma halen.

Het liefst in een vak dat de komende jaren blijft bestaan. De Britse Oxford University zei twee jaar geleden dat door automatisering de komende twintig jaar ongeveer de helft van de beroepen verdwijnt. “De generatie die nu opgroeit, krijgt daar dus mee te maken”, zegt toekomstverkenner Marcel Bullinga. “Voor elke jongere zal het de vraag zijn: zit ik in de 47 procent verdwijnbanen, in de 53 procent blijfbanen, of in de nog te creëren banen voor de toekomst.”

Tieners die een carrière overwegen als boekhouder, postbode of cameraman kunnen beter een ander vak kiezen, denkt Bullinga. Hij ziet ook groeikansen. Voor docenten en zorgmedewerkers bijvoorbeeld. Dat zijn beroepen waarin het draait om menselijk contact. Geen robot kan dat zo goed als de mens zelf. CPB-econoom Bas ter Weel denkt dan ook dat de huidige scholieren in hun werk veel vaker zullen samenwerken met robots. “Dan kunnen mensen dingen doen waar zij goed in zijn. Als een verpleegster die bij een zieke thuis komt, en die heeft een lift om de patiënt uit bed te halen, houdt ze tijd over voor zaken die er nu wellicht bij in schieten.”

Op de lijst banen die verdwijnen, staan verontrustend veel functies voor mbo’ers. Juist voor de groep die over een jaar of twee middelbaar beroepsonderwijs gaat volgen, is het extra belangrijk te weten welke richting zij opgaat. Arbeidsdeskundigen spreken wel eens over het zandlopermodel waarbij de banen uit het midden verdwijnen en de onder- en bovenkant groeit. Ter Weel denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. Ja, de werkgelegenheid in het midden neemt momenteel af, maar dat zal volgens hem niet structureel zijn. “We hebben straks echt niet alleen maar hoog- en laagopgeleiden.”

Wat volgens Ter Weel ook niet gaat gebeuren, is dat iedereen in de toekomst zzp’er is of op een flexibel contract werkt. Hij denkt dat werkgevers vasthouden aan een vaste kern, zoals ASML nu doet. Wel zal rond vaste kernen een omvangrijke flexibele schil werken. Ook dat is nu al terug te zien bij bedrijven als ASML.

Toekomstverkenner Bullinga denkt wél dat de tiener van nu de vaste baan moet missen. Ondernemerschap, dat is volgens hem een van de belangrijkste kwaliteiten van de toekomstige medewerker. “We staan aan het begin van een nieuw tijdperk, van een freelancer economie waarbij werknemers vaker ondernemer zijn.” Deze werk(onder)nemers zullen deels samenwerken in coöperatieve verenigingen van freelancers. “Dat zijn virtuele bedrijven, zoals je nu in de bouw al ziet. Daar werken lassers, schilders en metselaars samen zodat ze ook grote, gecompliceerde opdrachten kunnen aannemen.” Erg prettig voor de sociale zekerheid is dat niet, al die zzp’ers die voor zichzelf zorgen in coöperaties. Bullinga voorziet in de nabije toekomst dan ook het einde van de verzorgingsstaat zoals we die nu kennen, en tegelijkertijd de nieuwe vormen van solidariteit opkomen. Broodfondsen bijvoorbeeld, waarin groepen zelfstandigen maandelijks een bedrag storten waaruit zij kunnen putten bij ziekte.

Financieel risicomanager Ilja Boelaars ziet dat niet zo snel gebeuren. Wel denkt hij dat de ‘illusie van zekerheid’ afneemt. Boelaars doelt daarmee onder meer op de pensioenen, een onderwerp waarmee hij zich actief bezighoudt. Nu krijgen gepensioneerden nog 70 procent van het gemiddeld verdiende salaris als pensioen, plus AOW. Die zeventig procent gaan de tieners van nu niet meer halen. En de AOW, “die wordt niet zo mooi als de AOW voor de huidige generatie. Dat komt puur door de vergrijzing. Verhoudingsgewijs moet je straks met werkenden meer gepensioneerden onderhouden. Dus is het of langer doorwerken of minder krijgen.” Pensioenen, de scholier zal er niet waker van liggen. Ook over dertig jaar niet. Althans, zo is dat nu. Boelaars vermoedt dat die houding gaat veranderen omdat werknemers in de toekomst waarschijnlijk meer zeggenschap krijgen over het geld. Dan kunnen zij zelf bepalen of ze even wat meer of minder premie betalen, en hoe het geld wordt belegd.

Dat maakt pensioenen levendiger dan het nu is, ook al vanwege de lopende discussie over hypotheken en pensioen. “Waarom moet je verplicht 20 procent van je loon sparen voor je pensioen terwijl je naar de bank gaat om geld te lenen voor je woning”, vraagt Boelaars zich af. “Ik verwacht dat het in de toekomst makkelijker wordt om minder te sparen voor je pensioen zodat je minder hoeft te lenen voor je huis. Als je het cru zegt, geef je nu geld aan je pensioenfonds, die leent het uit aan je bank en dan leen jij het van je bank terug. En ondertussen verdienen de pensioenbelegger en de bank daar aan.”

De 15-jarige van nu heeft volgens Boelaars weinig reden om met pessimisme naar de toekomst te kijken. Hij noemt de stijgende levensverwachting en de betere mogelijkheden om gezond te blijven. “Ook is ons inkomen beter dan vroeger en we hebben geen oorlog, tenzij je terrorisme als zodanig bestemt.”

Bas Ter Weel voegt daar de overheidsfinanciën aan toe. “Die zijn redelijk op orde. Dat is wel eens anders geweest. Belangrijk is of we iets aan de klimaatproblemen kunnen doen. We gebruiken minder steenkool, en ik denk ook niet dat we alle olie opmaken voordat we met een alternatief komen. We wachten op een doorbraaktechnologie. Die kan er morgen zijn, maar ook pas over 20 jaar.”

Afbeelding  —  Geplaatst op: 24 december 2015 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog
Tags:,

20160206-telegraaf-bullinga-interview-huisrobot20160206-telegraaf-bullinga-interview-leermaatjeDit artikel is een vooruitblik op het 8ste Nationale Congres Mediawijsheid op 23 maart 2016 “Robots & Brains”, waar Marcel Bullinga leerrobot Charlie zal interviewen. Schrijf hier in

Toevoeging na publicatie van dit artikel:
Marcel Bullinga: “In het net verschenen rapport @Onderwijs2032 wordt met geen woord gerept over leerrobots. De belangrijkste onderwijsontwikkeling van het komende decennium wordt dus totaal over het hoofd wordt gezien.
Ik pleit voor de ontwikkeling van 1 miljoen leerrobots, zowel voor thuis als op school. Dat is een veel betere investering dan de 9000 extra leraren die de Algemene Onderwijsbond wil op middelbare scholen. Dat is water naar de zee dragen. Zie mijn presentatie op het design congres EDST15.nl en het interview in onderwijsvakblad Kunstzone.”

“Robot als gezinslid. Huisrobots: genoeg te doen”. Interview door Alfred Monterie met trendwatcher Marcel Bullinga in Telegraaf 6 februari 2016

Het domein van de robots blijft niet langer beperkt tot de industrie. Weldra duiken ze ook op in grote warenhuizen om te helpen. En zelfs de huisrobot is geen fantasie meer uit een science fiction film.

“Robots worden net zo populair als auto’s.” Zo voorspelt Jack Ma, de baas van de e-commerce gigant Alibaba. “Ze krijgen hun plaats in het gezin.” Hoewel robots nooit de rol van de ouders kan overnemen, zijn ze wel in staat om bij te springen. Trendwatcher Marcel Bullinga ziet robots kinderen helpen met hun huiswerk. Ze zijn geduldig en zijn bereid iets voor de honderdste keer uit te leggen. Robots raken ook niet geïrriteerd als kinderen vaak zijn afgeleid. Ze weten niet alleen het antwoord op allerlei kennisvragen, maar houden het kind ook bij de les. Bullinga: “Ze kunnen een persoonlijke feedback geven. Heb je hier al over nagedacht, vragen ze dan?” Uit proeven blijkt dat jonge kinderen de robot als een leermaatje zien. “Autistische kinderen voelen zich zelfs bijzonder op hun gemak omdat de robot geen ingewikkelde gelaatsuitdrukking kent die voor verwarring kan zorgen.”

Ook in de zorg kan de robot veel betekenen. Als deze taken van de zorgwerker overneemt, blijft meer tijd over voor persoonlijk contact. Bullinga ziet een toekomst waarin een verpleegkundige wordt bijgestaan door een zwerm robots. “Prachtig toch als robots dementerende bejaarden kunnen helpen met het aantrekken van sokken of de stoelgang.”

In het huishouden is zeer zeker een rol voor de robot weggelegd. Robotstofzuigers zijn er al jaren. Ook zijn er al apparaten die ramen kunnen lappen, een grill kunnen schoonmaken en beveiligingstaken kunnen verrichten. Ook kunnen ze helpen bij het koken. Als het zout wordt vergeten, klinkt de stem van robot. Dankzij spraakherkenning kan de robot ook zeggen hoe laat het is en een recept opzoeken.

Het wachten is echter op een sociale robot die meerdere taken in huis kan overnemen. Zo’n apparaat moet ook rekening kunnen houden met het gedrag van mensen en daarvan kunnen leren. Hij moet weten dat een gezin op zaterdag langer wil uitslapen en het stofzuigen later moet gebeuren. Is slecht weer in aantocht dan moet hij zelf de ramen sluiten.

Het aantal multifunctionele robots is beperkt. Volgens Kevin Pothoven, verkoopmanager bij Amaryllo dat robotachtige beveiligingscamera’s maakt, worden robots te duur als ze meerdere taken moeten vervullen. Fabrikanten zijn bang dat ze zich zelf dan uit de markt prijzen. Een andere reden is een gebrek aan rekenkracht. “Met het krachtiger worden van de processor kan de robot meer taken tegelijk aan,” aldus Pothoven.

Volgens Bullinga moeten fabrikanten van robots zich ook verdiepen in de consument. “Veel robots zijn door technici bedacht. Die mensen hebben er vaak geen flauw idee van hoe dergelijke machines in het echt worden gebruikt.”

Ook de robot zelf moet nog veel slimmer worden. Bullinga: “Momenteel heeft die het IQ van een 5-jarige kleuter.  Wil je echt veel aan een robot hebben dan moet dat naar het niveau van een iemand van 10 tot 15 jaar.”

Volgens Bullinga worden veel robots voor consumenten te snel op de markt gebracht. De vele robot die onlangs tijdens de technologiebeurs CES te zien waren, bevestigen die mening. Pepper lijkt op het eerste gezicht heel slim en menselijk. Maar hij kan weinig meer dan wat gevatte opmerkingen maken en vragen beantwoorden. Voorlopig is nog onduidelijk wat deze robot van 25.000 dollar werkelijk in het dagelijks leven kan betekenen. Ook Jibo, een robot van 1.300 dollar, is eigenlijk niet meer dan een bewegende tablet. Hij kan wat leuke danspasjes maken en yoga-oefeningen voordoen, voor de rest moet worden afgewacht wat de ontwikkelaars straks nog aan functies toevoegen. 

Citeren  —  Geplaatst op: 6 februari 2016 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog
Tags:,

#sharerespect – 3de Nationale Congres Pesten – 28 januari 2016 – Nieuwspoort Den Haag

Geplaatst op: 23 januari 2016 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog

20160128-nieuwspoort-Congres Pesten infographic

 

 

 

 

 

 

 

Ik leid op donderdag 28 januari het 3de Nationale Conges Pesten (Nieuwspoort Den Haag). Een vooruitblik met de hoofdrolspelers van het congres, pest-survivors Jordy Buijs en Lina Lina Cascais, leden van het team #sharerespect, in de Telegraaf 23 januari 2016 

Interview met Lina Cascais en Bamber Delver in Telegraaf 23 01 2016

 

 

“Gaan robots het onderwijs verbeteren?” – in: Kunstzone

Geplaatst op: 5 januari 2016 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog
Tags:,


20160201-kunstzone-interview-marcelbullinga-robots-onderwijs“Gaan robots het onderwijs verbeteren? Bij elke utopie over robots hoort een distopie.” Interview met futurist Marcel Bullinga in Kunstzone februari 2016 door Thea Vuik PDF Interview Marcel Bullinga Kunstzone

Marcel Bullinga – zelflerend futuroloog – heeft voorspellende ideeën over hoe het er over zo’n 10 a 15 jaar aan toe zal gaan na grootschalige inzet van kunstmatige intelligentie. Zoals hij het noemt: het globale brein. Dat gaat in alle apparaten om ons heen zitten. In robots, in drones, in ons huis, in onze auto. Tijdens het interview zit dat brein al in mijn Iphone, mijn persoonlijke, zij het amateuristische, robot. De komende jaren zal die ontwikkeling gigantisch versnellen en dat heeft in toenemende mate invloed op onze manier van wonen, werken, leven en leren.

Hoe kun je nu zorgen dat het onderwijs voorloopt op dit soort ontwikkelingen in plaats van er continu achteraan te hobbelen ? Een vraag die me – midden in een discussie over wel of geen telefoontjes in de les – direct te binnen schoot. Bullinga: ‘Die angst van scholen is terecht. Als je zegt “iedereen doet maar lekker met zijn mobieltje wat ie wil”, ben je ongelofelijk fout bezig. Want het is niet alleen een afleidingstool maar ook een pest-pistool. Het is een buitengewoon negatief ding als je het verkeerd gebruikt. Je kunt het gebruiken als educatieve tool, maar dan moet je eerst het verschil tussen die twee begrijpen. Bij elke utopie over robots hoort een dystopie – naast de leerobot ook de pestrobot – en die negatieve kant moet je ook adresseren. Robots gaan het onderwijs verbeteren, zeker, maar ze veroorzaken ook een hoop onrust. De toekomst is nooit alleen maar rozegeur en maneschijn. Helaas. Geen robotschool zonder mindfullness.’

traag onderwijs

Bullinga is ervan overtuigd dat onze arbeidsmarkt gigantisch gaat veranderen. Tussen de 40 à 50% van de beroepen verdwijnt, zo verwachten diverse onderzoeken. Je hebt aan de ene kant echte verdwijnbanen:– zoals de boekhouder en de cameraman – e aan de andere kant de psycholoog, de altijd werk zal houden, maar toch aanzienlijk zal transformeren. Je moet nagaan wat het aandeel is van gestandaardiseerd of gevaarlijk of administratief controlerend werk in jouw baan is. Dat deel gaat eruit. Slechts het creatieve, leidinggevende, ontwerpende deel blijft over. De clown en de psycholoog zeg maar.

Dat globale brein leidt tot de trend van deskilling – waarbij allerlei kennis in ons hoofd is omgezet in software en toepasbaar wordt in dat globale brein. Dat betekent dat we minder hoeven te leren om meer te kunnen. Dat is goed nieuws ! Het betekent ook dat we verdwijnstudies hebben die opleiden voor in de toekomst overbodige beroepen. In dit licht is het vreemd dat minister Bussemaker begin dit jaar nog miljoenen stopte in ambachtelijke opleidingen. Dit is hetzelfde als geld stoppen in de kolenmijnen, wetende dat die toch echt gesloten gaan worden. Als je dat doet om ze te behouden dan ben je een soort van onderwijsmuseum aan het creëren met gemeenschapsgeld. Je moet dat geld niet stopen in behoud van het bestaande maar in de upgrade naar de toekomst. De voorzitter van Fontys Hogeschool ziet het beter: wij leiden op voor niet bestaande beroepen. Voor die beroepen heb je kritische denkers nodig die mediawisj zijn – nee, nog beter, media-empowered.

Ik laat in mijn presentaties altijd een dia zien met beroepen van de toekomst. Daar zit altijd een trend achter, wat hem futureproof maakt. Of het zijn bestaande beroepen die erin slagen zichzelf opnieuw uit te vinden, de upgrade te maken. Waarbij jij als individu je ontwikkelt van gewone professional tot super professional. Waarbij die robots geen concurrenten zijn maar superhulpjes. Dan krijg je een mix van oude en nieuwe beroepen met namen als robotcoach, stadsboer, energieoogster en talentversneller.’

persoonlijk leren

Hoe moet dat onderwijs dan versnellen?

‘Door nieuwe concurrenten. Er komt een nieuwe schoolstrijd. Er komen virtuele onderwijsaanbieders. Nu nog uit de Verenigde Staten maar in een rap tempo ook hier in Europa. Die zijn niet afhankelijk van de Nederlandse onderwijsfinanciering. Die ook geen rekening hoeven te houden met de extreem lange Nederlandse onderwijsvakanties, die nog stammen uit de 19de eeuw. Zij hebben een businessmodel om met grote investeringen in educatieve technologie superieure onderwijsdiensten aan te bieden tegen lage prijzen. Overal en altijd leren, science based en brain based. Het persoonlijke leren is de grootste belofte van die nieuwe aanbieders. Aangepast aan jouw niveau en aan jouw brein. Veel van die nieuwe onderwijsmethodes krijgen een hele nieuwe educatieve insteek waarbij ze uitgaan van de laatste wetenschappelijke inzichten over hoe ons brein eigenlijk leert en wanneer het effectief aankomt. Dus die zullen goedkoop onderwijs gaan aanbieden op het moment dat het jou als leerling uitkomt. De leerling heeft de regie. Op welk moment dan ook in je leven.’

Maar goed, je hebt het over kennis en over vaardigheden: die vaardigheden blijven op een bepaalde manier toch wel bestaan?

Bullinga: ‘Jazeker, ik denk dat er door deskilling een switch plaatsvindt van nadruk op kennis naar nadruk op vaardigheden, leren leren en normen en waarden. Hoe leer ik fatsoen? Dat zijn allemaal trends die al aan de gang zijn maar die krijgen de komende jaren een enorme boost. Eigenlijk moet nu elke opleiding kijken of hun onderwijsaanbod wel robot-empowered en mediaempowered is. Dat is de basis van futureproof onderwijs.

leervriendjes

‘Er is een groot internationaal onderzoek geweest hoe kinderen een toekomst zien met een robot als persoonlijke educatief maatje. 75% van de kinderen vindt het een prima idee. Robots zijn “geduldiger dan ouders, ze helpen me met mijn huiswerk en bewaren mijn geheimen.”

Een kind heeft op een gegeven moment niet meer het idee dat er een robot naast hem zit. Hij heeft gewoon een maatje die hem helpt z’n huiswerk te maken en goede cijfers te behalen. In het onderzoek kun je ook lezen dat er in de verhouding tussen robots en mensen zelfs een emotionele band kan ontstaan. Dat zie je bij demente bejaarden, je ziet ook bij soldaten in levensbedreigende situaties die hun persoonlijke robot behandelen als een kameraad. In feite zou je zelfs verliefd kunnen worden op een robot.’

Een docent is natuurlijk zwaar beledigd wanneer ik zeg dat we leerrobots krijgen. Wat kan die wat hij niet kan? Mijn verweer is: “Bent u in staat om 300 pagina’s in 3 secondes te lezen ? Kunt u uw kennis in 5 milliseconden delen met 1000 andere leermachines?” Nee. Waarom zou je niet bezig gaan met robotonderwijs als het potentiele leereffect zo groot is?

Organisaties hebben de neiging zichzelf in stand te houden en als er ontwikkelingen zijn die de status quo bedreigen die actief te weren. Die weerstand is niet gek.

machteloosheid

Staat de robot niet gewoon symbool voor een zoektocht naar de meest effectieve methode om als individu te leren?

Bullinga: ‘Ja, klopt. Het gaat niet om voorgestructureerde onderwijsprogramma’s  voor een groep mensen maar om de interactie tussen onderwijskennis, datgene wat geleerd moet worden (of afgeleerd), en het individu. Want jij leert waarschijnlijk op een heel andere manier dan ik. Hoe dit allemaal wordt gefaciliteerd ? Een van de redenen waarom onderwijs nu monopolistisch is, is de waarde die toegekend wordt aan het diploma wat jij daar verwerft. Nieuwe manieren om diploma-achtige kennis en vaardigheden te verwerven komt niet vanuit het onderwijs zelf omdat dit het huidige onderwijs keihard bedreigt. Het gaat vanzelf gebeuren. Je ziet nu al communities opstaan van bijv. programmeurs. Zij hebben vaak zichzelf het een en ander aan geleerd en wat je dan ziet is dat ze punten kunnen verdienen en werk hebben door hun vaardigheden te tonen. En hebben ze die programmeervaardigheden niet of onvoldoende, hebben ze ook geen werk.

Dit is een globale ontwikkeling is die niet alleen van toepassing is op Nederland – met zijn hoge welvaart – maar heel interessant voor gebieden waar überhaupt geen leraar te bekennen is. Waar een kind nog nooit een leraar heeft gezien. We gaan naar een toekomst waarin we leren zonder leraren, bankieren zonder bankieren, ondernemen zonder ondernemers en waarin we een overheid hebben zonder overheid en onderwijs zonder klaslokalen. Instituties verliezen hun macht. Dat is waar we naartoe gaan.’

‘Vastgoed wordt meer flex-goed’ – in: Vastgoed Journaal

Geplaatst op: 4 januari 2016 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog
Tags:,

20160104-vastgoedjournaal-vastgoed-flexgoed-int-marcelbullingaInterview met trendwatcher Marcel Bullinga in Vastgoed Journaal 4 januari 2016 door Bert Pots

 ‘Vastgoed wordt meer flex-goed’

Welke invloed hebben de noodzaak van duurzaamheid en de komst van nieuwe technologieën op de vastgoedmarkt? Trendwatcher Marcel Bullinga voorziet de komst van multi-inzetbare gebouwen met nieuwe functionaliteiten. “Alles wordt een beeldscherm. Alles wordt een energie genererend oppervlak.”

Het gesprek met toekomstverkenner en futuroloog Marcel Bullinga vindt plaats direct na het bereiken van het klimaatakkoord in Parijs. “Het klimaat is zo’n omvangrijk thema. Daar kan de mens niks mee. We moeten niet CO2 bestrijden, maar slimmer met energie omgaan. We moeten aan de basis van de economie een einde maken aan de verspilling. In plaats daarvan moeten we op een duurzame manier onze eigen energie produceren. Vanuit dat perspectief zijn energie zelfvoorzienende gebouwen buitengewoon interessant. Dan ben je in essentie slim bezig.”

Functiewisseling

Dergelijke gebouwen zijn niet alleen ‘slim’. Bullinga ziet uiteindelijk ook andersoortige gebouwen ontstaan. “We staan aan de vooravond van een ‘battle of buildings’. De scheiding tussen een kantoor, een winkel, een bankgebouw, een school of een theater komt te vervallen. De functies van panden gaan in elkaar overlopen. Vastgoed wordt meer ‘flex-goed’. Gebouwen worden in de toekomst zodanig gemaakt dat zij heel snel van binnenuit van functie kunnen wisselen. Dat zal vervolgens weer leiden tot heel nieuwe producten en diensten.”

Als voorbeeld mag dienen een duurzaam gebouw van architect/ontwikkelaar Tom Frantzen in de Buiksloterham in Amsterdam-Noord. In zijn gebouw zijn de dragende vloeren zodanig geconstrueerd, dat zij de zwaarste belasting kunnen dragen. Het woonhuis van vandaag wordt zo de fabriek van morgen. Volgens Bullinga past een dergelijke aanpak helemaal bij de huidige tijd. “We gaan steeds meer naar multi-inzetbare gebouwen. Ik voorzie daarbij de komst van allerlei nieuwe producten. De mogelijkheid zal ontstaan om in een woonhuis heel snel een badkamer te veranderen in een werkplek. Of andersom: de verandering van werkplek naar woonruimte. Vroeger was dat onmogelijk. Regels belemmerden dat. Als de functieverandering niet paste in het Bestemmingsplan, dan mocht het niet van de gemeente. Of het zorgde eerst voor een enorme breekpartij. Het wordt simpelweg een kwestie van het naar binnen schuiven van een ander interieur.”

Gelaagde gebouwen

Daar komt ‘het virtuele’ nog bij, meent Bullinga. “Vroeger had je alleen domme gebouwen. Nu zijn architecten bezig gebouwen een bepaalde gelaagdheid te geven. Allerlei functionaliteiten zullen veranderen. De wanden, de muren, de gevels. Alles wordt een beeldscherm. Alles wordt ook een energie genererend oppervlak.”

Hij verwijst naar een optreden van hem onlangs op een design & technologiebeurs. “Daar zag ik dat de rol van de ontwerper almaar belangrijker wordt. Het klinkt wellicht paradoxaal. De architect wordt overbodig. De opdrachtgever kan zelf zijn gebouw samenstellen uit reeds beschikbare elementen. De kwaliteit van dat aanbod wordt steeds hoger. Maar aan de andere kant hebben we designers nodig die de infrastructuur rond en de samenhang tussen gebouwen herontwerpen.”

Hij spreekt in dit verband over het ‘spotifyhuis’. “Het huis van de toekomst wordt een platform waar alle mogelijke diensten aan kunnen worden toegevoegd. De gebruiker kan daar makkelijk in switchen. Niet alleen in functionaliteit, maar ook in de af te nemen diensten.” Het ontstaan van die nieuwe dienstensamenleving brengt volgens hem mee dat we anders gaan aankijken tegen bezit en gebruik. “Nu leggen mensen nog zonnepanelen op het dak. Ik heb dat zelf ook gedaan, maar op het moment dat de installatie functioneert zijn de panelen al verouderd. Het is voor consumenten veel interessanter een ‘energiedienst’ in te huren.”

Duurzame inkoop

Gebruikers van gebouwen moeten niet al te optimistisch zijn over de snelle beschikbaarheid van dergelijke fundamenteel andere oplossingen, waarschuwt Bullinga. “De eerste concepten dienen zich aan, maar voordat sprake is van duurzame inkoop zijn we wel even verder. Deloitte heeft voor The Edge geen armaturen gekocht, maar neemt licht af. Het is dus al mogelijk, maar grote afnemers moeten dat idee nog wel omarmen. Stel dat de inkopers van het Rijk voor alle Rijksgebouwen een dergelijke dienst zouden afnemen, dan kunnen we een enorme sprong voorwaarts maken. Maar zij staan pas aan het begin van het idee om diensten of belevenissen in te kopen.”

Verder verwacht Bullinga sterke groei van gebruik van gebouwen door ‘communities’. “Er is een fundamentele behoefte om de dingen die er al zijn met elkaar te delen.” Wat betekent dat voor het maken van de stad? “Die nieuwe economie lijkt nog ver weg, maar ik heb het gevoel dat het momentum voor circulaire economie, duurzame ontwikkeling en de productie van andersoortige gebouwen naderbij komt. Fundamenteel is de vraag wanneer het financieel interessant wordt anders te handelen. Is het antwoord bevestigend, dan kan het ineens heel hard gaan.”

‘Smart cities’

Hoe kan dat voordeel worden bespoedigd? “Eén trend werkt in ons voordeel. De productie van alles wordt goedkoper, terwijl de kwaliteit stijgt. Dat geldt niet alleen voor het printen van een product, maar ook voor diensten. Daardoor wordt het makkelijker om te experimenteren. Zie een gebouw als een robot. Die kun je programmeren en heel verschillende dingen laten doen. Het wordt bovendien steeds makkelijker aan een robot intelligentie toe te voegen. Daarnaast worden productiemethoden door de komst van de 3D-printer makkelijker. Dan komen twee goedkoopte trends samen: intelligente platforms in een voordelige fysieke omgeving. Als het ons vervolgens lukt dergelijke zaken in samenhang met elkaar te ontwikkelen, dan ontstaan ‘smart cities’.” Zie ook Marcel Bullinga’s bijdrage aan het boek Smart Cities Nu

3 investeringtips van trendwatcher Marcel Bullinga

  1. Investeer niet langer in “domme” gebouwen (energieslurpers dan wel niet-virtueel). In de toekomst zijn ze onverkoopbaar
  2. Investeer alleen in retail waarvan de basis 100% digitaal is. Alleen die overleeft de doodstrijd van winkels. Zie het verschil tussen Bol.com en V&D
  3. Denk niet langer in vastgoed, maar koop belevenissen in. Beter nog, huur ze in. Dit creëert een fundamenteel ander  portfolio.

 

Over pubers, superbreinen & 2016

Geplaatst op: 17 december 2015 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog

gov-superburgerIk ben rond Oud en Nieuw door 8 vakbladen en kranten geïnterviewd. Ze werden alle min of meer op hetzelfde moment gepubliceerd. Bij elkaar zeggen de koppen iets over trends & tijdgeest. Daar gaat ie:

Skills uit de 21e eeuw gevraagd! – in: Rabobank Magazine

Geplaatst op: 16 december 2015 door Futurecheck (Marcel Bullinga) in Blog
Tags:

20151215-rabobank-magazine-int-bullinga-onderwijs

 

 

 

In Rabobank Magazine winter 2015 online

Door digitalisering en robotisering verandert ons werk in een rap temp. Hoe kunnen werknemers en scholen zich hierop voorbereiden? Een interview met futuroloog Marcel Bullinga, Fred van der Westelaken Onderwijsgroep Tilburg, Sjef Drummen Stichting Onderwijs Midden Limburg en sectormanager onderwijs Rabobank Menno van Noort .

Het onderwijs staat voor de uitdaging dat scholen kinderen moeten voorbereiden op banen die nog niet bestaan. Zij zullen technologie gebruiken die nog niet is uitgevonden, om problemen op te lossen die nu nog onbekend zijn. Voor wie dat redelijk voorbarig klinkt, geeft het volgende stof tot nadenken. Wie tien jaar geleden op school zat, werd niet opgeleid tot beroepen als socialmediaspecialist, ontwikkelaar van besturingssystemen voor smartphones of videoblogger.

Aan de andere kant is het algemeen aanvaard dat administratieve en routinematige taken steeds meer overgenomen worden door computers en robots. Maar uit onderzoek blijkt nu, dat ook banen in de dienstensector heel kwetsbaar zijn. Door patroonherkenning, big data en robotisering, kunnen computers steeds meer complexe handelingen uitvoeren. Vaak goedkoper en effectiever dan mensen dat kunnen. Dat maakt de behoefte aan andere vaardigheden acuut. Wat die zijn? Flexibiliteit bijvoorbeeld en probleemoplossend vermogen.

Voor futuroloog Marcel Bullinga is het een uitgemaakte zaak. ‘Al onze beroepen gaan de komende decennia veranderen of verdwijnen. De robotisering van de maatschappij gaat veel verder dan het automatiseren van eenvoudige handelingen. Neem een beroep als journalist. In de toekomst weet hij door alle big data niet alleen precies wat de behoefte is van zijn lezers, maar veel van zijn artikelen worden ook door een nieuwsrobot geschreven. Dat geldt voor veel van de huidige beroepen. Ze zijn er straks niet meer of ze zijn radicaal veranderd. Een postbode kan dan aan de slag als zorgbode, iemand die ouderen bezoekt. Zijn toegevoegde waarde is namelijk niet het bezorgen van post, maar dat hij de buurt kent.’

Het toekomstbeeld dat Bullinga schetst, biedt weinig ruimte voor traditioneel onderwijs. ‘We hoeven steeds minder te leren en te weten om steeds meer te kunnen. De lesstof van vakgerichte opleidingen wordt steeds korter houdbaar. Het in stand houden van het huidige vakonderwijs is in dat opzicht net zo productief als het financieren van kolenmijnen. Onderwijs moet veel meer geïndividualiseerd worden. Virtueel onderwijs gaat groeien waar leerlingen in een gameachtige omgeving worden uitgedaagd om zich te ontwikkelen. Scholen moeten zich afvragen welke vaardigheden toekomstbestendig zijn. Dat gaat om creativiteit, leiderschap, maar ook het omgaan met apparaten. Snappen hoe je ze moet gebruiken. Je moet je richten op nieuwe beroepen. Misschien ben je over tien jaar wel robotcoach. Omdat we in de toekomst steeds meer gemengde banen krijgen waarin een robot een deel van het werk doet. Zo’n coach kan die gemengde werkomgevingen begeleiden.’

Een leven lang leren is niet alleen voor jongeren een reëel toekomstperspectief. Ook veertigplussers moeten er aan geloven. ‘De Londense metrobestuurder vecht om zijn werk te behouden, maar het is een achterhoedegevecht; in een zelfrijdende metro is hij echt overbodig. Docenten zullen altijd nodig blijven, maar docenten moeten wel persoonlijk leren innoveren. Op de barricade met leerrobots! Innoveren overlaten aan de zoveelste nieuwe organisatie, zoals de Onderwijsraad voorstelt, is fout. De 3 fundamentele barrières voor innovatie moeten worden geslecht: financiering, verzuiling en onderwijsvakanties. Dat zal gebeuren onder druk van nieuwe buitenlandse onderwijsaanbieders.’

Als sectormanager onderwijs bij de Rabobank heeft Menno van Noort veel contact met onderwijsbestuurders. Het beeld wat hij schetst is minder zwart-wit maar ook hij ziet de verschuiving van kennis naar vaardigheden. ‘De arbeidsmarkt is veel onvoorspelbaarder geworden. Businessmodellen veranderen sneller. En daarmee ook de eisen die aan medewerkers gesteld worden. Daarom verandert opleiden van functiegericht naar loopbaangericht en zijn de 21st century skills, oftewel toekomstgerichte vaardigheden, binnen het onderwijs steeds belangrijker. Het gaat over kunnen luisteren bijvoorbeeld. Oprecht aandacht hebben voor anderen. Afspraken nakomen. Onze eigen adviseurs aan de balies van de lokale kantoren waren vroeger financieel opgeleide mensen. Tegenwoordig komen ze van de hogere hotelschool. Wat ze hebben geleerd is om gastheerschap in praktijk te brengen. Dat is een competentie die veel duurzamer is dan kennis. Natuurlijk blijft kennis belangrijk maar dat spijkeren we via opleidingsprogramma’s wel bij.’

Om de vraag en aanbod naar arbeid beter op elkaar aan te laten sluiten moet de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven verbeterd worden, vindt Van Noort. ‘Een goed voorbeeld zijn de kennisclusters waarvan de eersten in de jaren negentig werden gevormd. Brainport regio Eindhoven is zo’n kenniscluster waar universiteiten, technologiebedrijven en overheid op één plek samenwerken. Dit soort samenwerking moet breder ontwikkeld worden zodat de onderwijs- en bedrijfsprocessen verder integreren. Een ander goed voorbeeld is een academisch ziekenhuis waar studenten vanuit de praktijk worden opgeleid. Dat is niet alleen een model voor wetenschappelijk onderwijs. Een MBO-opleiding in Brabant die leerlingen opleidt voor een carrière in de retail heeft samen met ondernemers een eigen winkelconcept ontwikkeld waar leerlingen hun kennis direct in praktijk brengen. De hele buurt doet daar zijn boodschappen. Daarvoor moet je als onderwijsbestuurder wel de grenzen van het systeem durven op te zoeken. Je bent dan geen onderwijsinstelling meer maar een bedrijf en wordt ook door de overheid zo behandeld.’

Voor scholen is deze tijd bijzonder uitdagend, verzekert Fred van der Westelaken, bestuursvoorzitter van de Onderwijsgroep Tilburg. ‘Veel van de voorspellingen zijn juist. Lag het zwaartepunt bijvoorbeeld in de opleiding tot verpleegkundige vroeger altijd op de zorg. Nu zie je dat veel meer verschuiven naar ICT. En het tempo waarin nieuwe ontwikkelingen zich aandienen is veel hoger. Vroeger had je drie jaar de tijd om een curriculum voor te bereiden en kon je daar zeven jaar mee vooruit. Dat model begint steeds meer te wringen. We moeten naar een meer fluïde systeem waar opleidingsinstituten sneller kunnen inspelen op ontwikkelingen. Op dit moment werken onze docenten en mensen uit het bedrijfsleven samen in zogenaamde werkateliers. Daar stellen we ons de vraag: hoe ziet de wereld er over drie jaar uit? Hoe kan je dat vertalen in een lesprogramma? We zetten steeds meer in op het leren hoe je moet leren. Wat zijn de vaardigheden waarmee je zelf kennis opdoet? Hoe leer je wat betrouwbare kennis is? Hoe selecteer je dat? Hoe stel je zelf een betrouwbaar curriculum samen? Ook MBO-leerlingen moeten zich na hun opleiding blijven ontwikkelen. Die boodschap geven we ze mee. Een ander groot verschil met vroeger: het analytisch vermogen van MBO-leerlingen wordt steeds belangrijker. Mijn huis zit vol domotica. Al die apparatuur wordt door een installateur op afstand gemonitord. Ook in de zorg moeten verpleegkundigen steeds vaker op afstand hun werk doen. Daarvoor moet je goed kunnen luisteren om de situatie in te schatten.’

‘Verwondering moet de basis zijn’

Precies een jaar geleden startte in Roermond Agora: een school met 34 leerlingen waarin alle bestaande conventies overboord zijn gegooid. Er zijn geen schoolniveaus, geen vakken of leermethodes. Leerlingen ontdekken zelf de wereld aan de hand van vijf thema’s: wetenschap, kunst, sociaal, spiritueel en ethiek. ‘Het concept van de school zoals we dat vorig jaar neergezet hebben is grotendeels intact’, aldus Sjef Drummen, adjunct-directeur van Stichting Onderwijs Midden Limburg en bedenker van Agora. ‘Dat komt omdat we werken volgens een Agile aanpak. Iedere dag vragen we ons af of wat werkt en wat niet. Dat ontbreekt in het bestaande schoolsysteem. We doen kinderen te kort met die rigide structuur waarin de school bepaalt wat je moet leren. Hoe ontdekken ze wat hun talenten zijn? Verwondering zou de basis moeten zijn.’

Toch is er niets vrijblijvends aan het volgen van het onderwijs bij Agora, verzekert Drummen. ‘Dankzij het gebruik van ICT kunnen we gepersonaliseerd onderwijs aanbieden. Er zijn bijvoorbeeld zeshonderd leerroutes. Zonder ICT zou je daar zeshonderd leerkrachten voor nodig hebben. Hierdoor hebben we een model waarmee we de kwaliteit van een leerling zichtbaar kunnen maken. Iedere dag reflecteert de leerling wat hij geleerd heeft. Die leerdata wordt opgeslagen. Je ziet niet alleen of iemand leerdoelen heeft gehaald maar ook wat voor individu iemand is. Is hij empathisch? Hoe groot is zijn arbeidsethos? Dat soort vaardigheden worden steeds belangrijker. We garanderen een diploma, maar belangrijker nog is dat we leerlingen leren omgaan met verandering. Ze weten dat ze kunnen vertrouwen op zichzelf.’