Ministerie van Ruimte & Tijd – toekomstverkenning Ministerie VROM – september 1999

geplaatst in: Artikelen | 0

Een Ministerie van Ruimte & Tijd. Naar een duurzame netwerksamenlevingDe invloed van digitale technologie op: – milieu, ruimte, wonen & werken, mobiliteit en economie – dienstverlening, besluitvorming & sturing van de overheid. Een toekomstverkenning & discussiestuk voor Ministerie VROM door Marcel Bullinga, September 1999

Samenvatting

De netwerksamenleving is efficiënt en duurzaam

Digitale technologie + sociaal-economische dynamiek = netwerksamenleving

Stel, het is 2030 en stel, de samenleving is doordrenkt van informatie, communicatie en diensten op afstand via allerlei beeldschermen, klein en groot. Het ge-‘Piep!’ is niet van de lucht. De netwerksamenleving is géén computersamenleving ¾ computers zijn de gebruiksonvriendelijke alleskunners voor een kenniselite ¾ maar een samenleving met ingebouwde intelligentie: intelligentie in onze apparaten, kantoren, huizen en wegen. De intelligente koelkast, de intelligente auto, intelligent speelgoed, ja zelfs intelligente kleren. Een beetje intelligent apparaat is als het ware telefoon en computer ineen. Van een studie aan de KUB tot software voor het nieuwste model centrale verwarming: het komt via netwerk en beeldscherm tot ons. Maar bijna onzichtbaar, en even makkelijk te gebruiken als de tv en de telefoon nu.

Papier en beeldscherm zijn naar elkaar toe gegroeid; er is nauwelijks meer verschil tussen de twee. Allerlei informatiedragers (cd-rom, cd, boek, cassette enzovoorts) verdwijnen ten gunste van informatie via het beeldscherm, op het netwerk en in de smartcard. Anderzijds is er een stroom ontstaan van volstrekt nieuwe elektrische, intelligente apparaten, zoals het vertaalapparaat en de Fish Finder.

Informatie gedraagt zich als elektriciteit. We tappen het af waar maar een stopcontact is, maar vooral uit de lucht. Van het bedrijfsnetwerk, van het betaalnetwerk, van het overheidsnetwerk, van het huisnetwerk. Het transactieapparaat bij uitstek is niet de computer, maar de mobiele telefoon of het intelligente polshorloge. Met als bron een set van privacy gegarandeerde smartcards. Die vormen, al dan niet met behulp van de mobiele telefoon, onze persoonlijke en draagbare toegang tot kennis en betalingen, maar ook tot gebouwen, wegen en Web-sites, openbaar vervoer. De smartcard als huissleutel en als sleutel tot allerlei diensten. We dragen onze dossiers met ons mee ¾ gezondheid, uitkeringen, mobiliteit, burgerrechten ¾ en onze (deel)identiteiten zoals Sofi-nummer, naam, lidmaatschappen, inkomensklasse, rijbewijs. Ofwel op de smartcard, ofwel ergens in het netwerk met de smartcard als toegang. Het strikte onderscheid verschil tussen virtueel en fysiek dat we nu kennen is weg.

Wat is de betekenis van een netwerksamenleving, waarin cruciale processen en diensten geschieden op afstand en via beeldscherm? Tot wat voor veranderingen leidt het als digitale technologie ¾ Internet, ingebouwde intelligentie, informatie-, communicatie- en transactietechnologie, nieuwe media ¾ doodnormaal is en als vanzelfsprekend gebruikt wordt in het dagelijks leven?

Dit zijn de rode draden. Digitale technologie maakt ons minder afhankelijk van ruimte (tele; op afstand) en van tijd (asynchroon; op andere tijdstippen). Voorheen noodzakelijke menselijke interventie wordt omgezet in digitale interventie, in digitale modellen (software). Dit speelt niet alleen in organisatorische processen, zoals de sociale zekerheid (het intelligente kantoor), maar ook in alledaagse bedieningsprocessen in en om het intelligente huis en in de intelligente auto. Dat leidt tot efficiëntieverbetering van die processen: tijdwinst maar ook minder verspilling van grondstoffen en energieverbruik. Daarnaast fungeert digitale technologie als motor voor dematerialisatie: de vervanging van papier en andere fysieke informatiedragers zoals videobanden, boeken, floppies en cd-roms door beeldscherminformatie. Tot slot: digitale technologie personaliseert. Niet alleen informatie en communicatie, wat voor de hand ligt, maar ook diensten, apparaten, interfaces, privacy en de gebruikskosten van infrastructuur.

Dat zijn de abstracties. Wat betekenen ze in het leven van alledag?

  • Dienstverlening wordt gepersonaliseerd en is mobiel 24 uur per dag bereikbaar vanaf elke plek, en wel zonder dat daar menselijke tussenkomst voor nodig is. Dat is wat we hier noemen het concept van deasynchrone dienstverlening. Tal van nu nog noodzakelijke menselijke handelingen in dienstverleningsprocessen (sociale zekerheid!) worden overgenomen door digitale modellen.
  • Het huis is het centrum van allerlei activiteiten. Intelligente huizen zijn makkelijker om in te wonen (alles automatisch op nachtstand bij dichttrekken deur). Energieregeling door smartcards draagt bij aan energiezuinig wonen. Burenalarm en videobewaking van huis en buurt dragen bij aan een veiliger wijk. Het intelligente huis maakt niet alleen besturing op afstand mogelijk ¾ tijdwinst voor tweeverdieners! ¾ maar ook zorg op afstand mogelijk: langer zelfstandig wonen van ouderen. Een intelligente wijk is een leefbaardere wijk met een grotere openbare veiligheid en meer status dan een gewone wijk.
  • Afstand is niet dood. We blijven elkaar ontmoeten, maar wel om andere redenen en op andere tijdstippen, wat een gunstig effect op de files heeft. Virtuele mobiliteit, dat wil zeggen wonen, werken, leren en winkelen per beeldscherm, zorgt helaas niet voor (veel) minder fysieke mobiliteit. De behoefte daaraan blijft bestaan. De bereikbaarheid van diensten op afstand houdt wel dorpen leefbaar. Daardoor vervaagt het onderscheid tussen stad en platteland verder en wordt het nog moeilijker groen groen te houden. Van de andere kant kan de autosmartcard autostille gebieden ook echt stil houden.
  • Internet-veilingen voor de combinatie van vraag en aanbod zorgen ervoor dat goederen efficiënter vervoerd worden dan nu, waardoor vrachtwagens veel vaker ‘vol’ rijden (ketenlogistiek). Niet alleen van en naar zakelijke gebruikers maar ook naar particulieren (telewinkelen). Ondergronds geautomatiseerd vervoer van goederen wordt mogelijk zonder dat daar een mensenhand aan te pas komt. Daardoor ziet het er boven een stuk leger en mooier uit.
  • De intelligente, bestuurderloze (winkel)wagen komt in zicht. Die navigeert met behulp van GPS/GSM en reageert sensorisch op zijn omgeving en andere weggebruikers, zelfs kilometers ver weg. Er kan mee worden getelewinkeld en het ontstaan van files wordt erdoor voorkomen. Het betekent zuiniger en veiliger rijden in compactere dichtheden. De bestuurderloze auto (auto, deelauto, autobus) is dan een ultiem openbaar vervoermiddel. Die kan immers rijden op elk zandpad en is op elk moment van de dag afroepbaar.
  • De overheid krijgt een sterk vergrote sturingskracht wanneer ze smartcards gaat gebruiken, zoals de woonsmartcard, autosmartcard en groene smartcard. Met deze smartcards krijgt de burger/consument toegang tot eigen huis, het kantoor, de auto en allerlei digitale diensten. In deze smartcards zitten wet- en regelgeving als het ware ‘ingebakken’. De smartcard perkt het gedrag van burgers op precies dezelfde wijze in zoals dat nu met de verkeersdrempel gebeurt. Neem de autosmartcard: de auto start niet als de wegenbelasting niet is betaald.
  • De privacy gaat erop vooruit doordat burgers en klanten digitaal beter toegespitste en dus minderpersoonlijke informatie hoeven af te geven. Dan moeten wel deelidentiteiten ingebouwd worden in smartcards.
  • De effecten op besluitvorming zijn niet erg groot. Wel is het zo dat claims van vertegenwoordiging (de boerenleider die zegt namens al zijn leden te praten) makkelijk en snel gecontroleerd kunnen worden. Ook ontstaat een betere informatievoorziening over het beleid door het gebruik van simulaties en expertsystemen.

De conclusie luidt dat digitale technologie een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan een duurzame samenleving door milieuwinst, privacywinst, sociale veiligheid, een menselijke 24-uurseconomie en efficiënte overheidsdienstverlening. Maar het zal niemand verbazen dat er nog heel wat moet gebeuren eer het zover is. Aan de donkere kant staat een sterk vergrote behoefte aan elektriciteit door allerlei nieuwe, stroomverbruikende apparaten, en een grote verandering in het aanbod van werkgelegenheid. De personeelseisen worden hoger. Administratieve & controlerende taken sterven uit. Door het gebruik van smartcards kan de overheidssturing dermate efficiënt worden dat het grote weerzin oproept bij de bevolking. De netwerksamenleving is een efficiëntere samenleving, niet per se een betere…

Alleen duurzame technologie heeft meerwaarde

We zitten momenteel in een overgangsfase met kinderziektes. Het aloude duo informatie- en communicatietechnologie (ICT) wordt aangevuld met een cruciale derde poot, transactietechnologie (ICTT). Zoals iedere maatschappelijke overgang veroorzaakt dit frictie. Anno 2000 laat de techniek ons vaak in de steek, zijn privacy en veiligheid onvoldoende beschermd en bestaat er geen standaardisatie op belangrijke punten als smartcards, infrastructuur, protocollen en vertrouwen-op-afstand. De organisatie en het institutionele kader van elektronische dienstverlening zijn jammerlijk ontoereikend. Het wegwerken van de meeste van deze pijnpunten is een kwestie van veel tijd, veel fouten, veel geld. Er is een sterke economische stimulans in de richting van ingebouwde intelligentie in zowel bedrijfsprocessen als in apparaten en gebouwen. Het leidt tot kostenreductie voor de organisatie en tot gemak voor de gebruiker. Bedrijfsleven en EU investeren hevig in alle denkbare aspecten van de netwerksamenleving: de telecomindustrie, de bouwindustrie, de auto-industrie, de zakelijke dienstverlening.

Maar ook een investering van ettelijke biljoenen euro’s kan weggegooid geld blijken te zijn. De vraag is: wat zijn de kansen op een grootschalige acceptatie van digitale technologie?

Digitale technologie doet niets toe of af aan onze basale behoeftes. Liefde, geluk en een dak boven ons hoofd waren al sinds de oertijd onze ‘drijvende krachten’ en zullen dat ook blijven. Het gaat dan ook niet om de acceptatie van digitale technologie als zodanig. Het gaat om de acceptatie van diensten die voorzien in basale menselijke behoeftes en die door digitale technologie een andere vorm of uiterlijk krijgen.

Digitale technologie verandert de manier waarop we in onze behoeftes voorzien. Helaas is niet met zekerheid te voorspellen welke specifieke vormen van digitale technologie wel of niet aansluiten bij menselijke behoeftes en wel of niet grootschalig geaccepteerd zullen worden. Zullen mensen hun routine-inkopen doen via een telebestelapparaatje, zoals in Amerika is ontwikkeld? Alle inkopen of alleen maar een bepaald soort? Zullen ze in de bus stappen of in hun eigen auto met een smartcard, of zal dat op massale weerstand stuiten? We weten het pas achteraf, en dan is het makkelijk praten. Wel is zeker dat het digitale totaal, alle veranderingen tezamen in de richting van ingebouwde intelligentie, van pinautomaat tot Internet-bestelling en ouderenalarmering via TV, een aanzienlijke vormverandering veroorzaakt. Letterlijk: de wereld om ons heen gaat er anders uitzien. Andere apparaten, nieuwe apparaten, kleinere apparaten, andere auto’s, andere huizen, andere kantoren, andere processen, ander menselijk gedrag.

Mobiele dienstverlening en een menselijke 24-uurs economie

Minder mens, meer digitaal model, luidt het motto in de netwerksamenleving. Het feit dat binnenkort transparant en veilig transacties over Internet kunnen worden gepleegd, maakt andere organisatievormen mogelijk. De klant doet zaken met het digitale hart van het bedrijf of overheidsorganisatie in de gedaante van een automaat of een Web-site, die hij bereikt per telefoon, per computer of via een apart nieuw uitgevonden apparaat. De klant aan de knop, de klant als medewerker, het persoonlijke dossier op Internet. Het gaat naar iets wat we hier noemen de asynchrone organisatie: gepersonaliseerde, mobiele, vraaggestuurde, ketengestuurde dienstverlening zonder menselijke interventie, dag en nacht vanaf elke plek.

Op Internet liep Federal Express voorop (kijk zelf waar uw pakketje zich bevindt), in Nederland de Studiefinanciering, die studenten toegang biedt tot het eigen dossier via Internet. Ook de huursubsidie kan haar organisatie te zijner tijd zo kantelen dat met één mobiel telefoontje de aanvraag kan worden gedaan, gecheckt en uitbetaald. De klant wordt niets (dubbel) gevraagd, checks vinden direct plaats in plaats van achteraf. Alle gegevens zijn namelijk al beschikbaar in het netwerk. Iedereen die recht heeft op een overheidsvoorziening maar het zelf niet weet, kan haar nu krijgen.

Het gebruik van digitale technologie betekent dat in veel gevallen menselijke arbeid kan worden vervangen door de arbeid van een digitaal model. De pinautomaat is het klassieke voorbeeld van de reductie van menselijke interventie. Nog klassieker wordt waarschijnlijk het NS-loket. In 2003 wordt het laatste bevolkte stationsloket in Nederland gesloten en vervangen door de kaartjesautomaat. Waar met formulieren geschoven wordt ¾ omgevingen dus waarin gewerkt wordt met gestructureerde gegevens en duidelijke regels ¾ kunnen veel menselijke schakels in het proces worden omgezet in software. In bedrijfsprocessen, in dienstverlening, in de hele sector van de administratieve werkgelegenheid. De netwerksamenleving maakt in wezen een menselijke 24-uurs-economie mogelijk. Menselijk, omdat het onaangename werk op onaangename uren door digitale modellen gedaan worden. Een Web-site heeft immers geen sociaal leven nodig.

Dat leidt tot een verdere vermindering van administratieve werkgelegenheid ten gunste van ontwerp-werkgelegenheid. Ook het feit dat digitaal overtredingen voorkomen kunnen worden in plaats van achteraf gecontroleerd en beboet ¾ denk aan zwart rijden openbaar vervoer, snelheidsovertredingen, kijk- en luistergeld ¾ maakt een heel leger aan controleurs overbodig. De vermindering van laaggeschoolde administratieve werkgelegenheid kan gecompenseerd worden door het creëren van banen in ‘fysieke’ sectoren als openbare orde en publieke veiligheid. Daar is arbeidskracht maatschappelijk nuttiger dan in de administratieve sector.

Voor het gebruik van de netwerksamenleving hebben we geen hooggeschoolde mensen nodig; het is zoals gezegd geen computersamenleving Voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud hebben we wel veel beter geschoolde mensen nodig dan nu. Lagere functies met weinig beslisverantwoordelijkheid zullen ook in de bouw en de sociale zekerheid verdwijnen, onder meer door het gebruik van expertsystemen. Deze reductie van menselijke interventie betekent een verschuiving van de toegevoegde waarde van menselijke arbeid. Die gaat meer in de richting van probleemoplossing en het uitzonderlijke, minder in de richting van bulkafhandeling en de regel ¾ dat laatste gebeurt immers door digitale modellen.

De wetten van vraag & aanbod veranderen niet fundamenteel. Er blíjft sprake van het betalen van een prijs voor diensten en goederen, en relatieve schaarste blíjft een economisch kernbegrip, maar het betalen van de prijs zal wellicht in een ander deel van de keten plaatsvinden, en niet direct door de eindgebruiker. Waarde zit ‘m minder in fysieke goederen en meer in de dienstverlening eromheen. Een voorbeeld: de mobiele telefoon zelf is gratis, de tikken maar vooral de talloze transactiediensten eromheen niet.

Efficiënter personenverkeer en goederenvervoer

Digitale technologie leidt tot een betere benutting van bestaande infrastructuur, tot efficiënter verkeer. Zelfs auto’s die maar een klein beetje intelligent zijn (uitgebreide cruisecontrol), kunnen dichter op elkaar rijden met minder kans op ongelukken. Daardoor verminderen files, wordt de verkeersveiligheid vergroot en is er, in combinatie met sensorische stoplichten, minder uitstoot van schadelijke gassen en minder brandstofverbruik per auto. In combinatie met flexibele werktijden en telewerken kan dit leiden tot een spreiding van files. Tel uit je beleidswinst.

Heel veel vrachtwagens rijden nu leeg terug. Door ketenlogistiek kan de beladingsgraad de 100% benaderen, onder andere door digitale afstemming van vraag- en aanbod door onafhankelijke vervoerders die producten van diverse merken vervoeren. Ketenlogistiek is ook een voorwaarde voor telewinkelen inclusief het daarbij behorende thuisbezorgen van boodschappen. Denk aan het gebundelde vervoer van goederen zowel voor bedrijven als voor particulieren (telewinkelen) door ketenvervoerders. Bedrijfslogistiek gaat over in huishoudelijke logistiek.

Treinen worden ook intelligent. Ze onderhandelen met de wissel en het baanvak over doortocht tegen een bepaalde prijs. Zo kunnen meer treinen rijden over het baanvak met grotere veiligheid.

Systemen voor ondergronds goederentransport zijn in ontwikkeling. Ook hier onderhandelen de voertuigen met elkaar en met het baanvak over doortocht. ‘Ondergronds gaan’ betekent dat de bovengrondse leefomgeving minder belast en minder vervuild wordt. Voor het eerst kan ‘rood’ (wat staat voor de bebouwde omgeving op kaarten) serieus én rendabel worden vervangen door ‘groen’ en leeg.

De vaste railinfrastructuur die nodig is voor treinen wordt overigens overbodig als over 20 jaar de werkelijk intelligente (winkel)wagen is uitontwikkeld. Die wagen is bestuurderloos en brengt de gebruiker (en dat hoeft niet de bezitter te zijn) van deur tot deur door gebruik te maken van systemen als GPS en GSM. De plaats- en tijdafhankelijke regelgeving rondom mobiliteit (maximum snelheid, verboden richting, verboden plaatsen, rekeningrijden e.d.) zit ingebakken in de smartcard, zonder welke de auto niet start. Digitale technologie tovert de auto(bus) dus om in het summum van openbaar vervoer: van deur tot deur, altijd afroepbaar, op elk zandpad en midden in de nacht. En ook tot het ultieme winkelwagentje: een soort mobiele persoonlijke kluis die gebruikt wordt om op niet overlast gevende tijdstippen allerlei bestelde goederen bij allerlei producenten af te halen en bij de eigenaar thuis te parkeren.

Intelligente huis: energiezuinig, gemakkelijk. Intelligente gebouwen: minder ruimtebeslag

Het intelligente huis ¾ het bestaat al! ¾ is het telecentrum van de toekomst. Het heeft een smartcard als huissleutel en als sleutel voor allerlei diensten, varierend van toegang tot het wijkdienstencentrum tor gebruik van wasmachines en huur van een deelauto. Een woonstadspas, zeg maar. Het intelligente huis heeft ook een apparaat voor telewinkelen. Het intelligente huis zet bij het weggaan van de bewoner alle elektriciteit in de nachtstand, kent burenalarmering, videobewaking en visueel contact met zorginstellingen, wat veiligheid in de wijk en zelfstandig wonen van ouderen bevordert. De digitale aansturing van de apparaten in het huis is gunstig voor het milieu; energieverspilling wordt zo voorkomen. Er zijn proeven gaande met energie-smartcards die zowel energie als kosten besparen voor zowel afnemer als energieproducent. Idem dito kan dynamische milieu-informatie in de streepjecodes van goederen in de supermarkt de consument verleiden tot de aankoop van milieuvriendelijke produkten ¾ wat op zijn groene smartcard kan worden bijgeschreven in de vorm van bonuspunten. Dynamische kennis namelijk leidt tot minder consumptie en lagere kosten. Digitale technologie maakt het mogelijk te belasten volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ en ‘de gebruiker betaalt’.

Daarnaast leidt een betere benutting van gebouwen tot compactere bouw. Automatische parkeergarages voor auto’s en fiets kunnen veel compacter worden gebouwd en nemen daardoor stukken minder ruimte in beslag. Intelligente kantoren kunnen toe met minder werkplekken door telewerken en slimmer, want wisselend gebruik van de werkplekken. In de netwerksamenleving hebben we minder kantooroppervlak nodig en meer woonoppervlak.

Minder informatiedragers, meer apparaten, meer elektriciteit

Dematerialisatie betekent de vervanging van fysieke informatiedragers zoals videobanden, boeken, floppies en cd-roms door beeldscherminformatie. Er zijn al betaalbare ‘elektronische boeken’ in de handel: beeldschermen die alleen bedoeld zijn voor de consumptie van informatie, (bijna) even bladerbaar en draagbaar als een boek. De bomen varen er wel bij. Immers, voor een fysieke boekenkast van 1000 kennisbronnen zijn 1000 boeken nodig; voor een virtuele boekenkast van 1000 kennisbronnen is slechts 1 elektronisch boek nodig. Maar de institutionele en technische barrières die hier geslecht moeten worden en de gedragsveranderingen die het vergt zijn groot en zullen decennia in beslag nemen. Bovendien staat papier ook niet stil; dat maakt eveneens een ontwikkeling door naar ingebouwde intelligentie (denk aan de streepjescodes die op papieren formulieren worden geplakt). Dus wie weet, eindigt de wedstrijd Beeldscherm – Papier in een magere 1-1: geen verschil meer.

Er vindt een vervangingsgolf plaats van oude apparaten door een nieuwe generatie die intelligent is, zoals de intelligente wasmachine. Eigenlijk wordt elk denkbaar huishoudelijk apparaat intelligent. De aanvankelijke prijsverhoging die dit met zich meebrengt wordt op termijn weer tenietgedaan. Apparaten worden steeds kleiner (miniaturisering). Dat vermindert het verbruik van traditionele grondstoffen, maar vergroot wellicht het verbruik van zeldzame, moeilijk te winnen grondstoffen voor de in te bouwen intelligentie. Daarnaast ontstaan er volstrekt nieuwe intelligente apparaten die nu nog niet of maar net bestaan. Om er een paar te noemen: de Fish Finder (toont zowel de positie van de visser op als van de vissen in het water), de vertaalmuis (pen die u over de menukaart van dat buitenlandse restaurant haalt, waarna de vertaling verschijnt), de deelautopaal (waar u uw deelauto kunt stallen en afmelden). In Amerika is een nog naamloos beeldschermapparaat in ontwikkeling uitsluitend bedoeld voor telewinkelen. In Nederland bestaat het al. Het vervangt de lastige en langzame computer en wordt gratis uitgereikt aan de klanten of huisbewoners. Al deze nieuwe apparaten leiden tot een toename in grondstofverbruik, in moeilijk te verwerken afval, en tot een sterk vergrote vraag naar elektriciteit.

Diensten op afstand: van gedwongen naar gewenste mobiliteit. Niet minder personenverkeer maar wel ander tijdstip, ander doel, en dus spreiding van files

Eerder constateerden we al dat reductie van menselijke interventie een rode draad is in de netwerksamenleving. Een verschuiving van gedwongen menselijke interventie (bankmedewerker moet aanwezig zijn om geld uit te betalen) naar gewenste menselijke interventie (meer plezier-winkelen door de tijdsbesparing van de pinautomaat). Daar sluit direct op aan een verschuiving van gedwongen mobiliteit (in de file staan voor woon-werkverkeer, routineboodschappen doen) naar gewenste mobiliteit (bij oma op bezoek, wandelen in de bossen doordat we ten dele thuis werken, winkelen en leren). Digitale technologie leidt dus tot eenmeerkeuzesamenleving. Wie klaagde ook al weer dat digitale technologie sociaal isolement zou bevorderen?

Telewerken zou de files oplossen, werd ooit gejuicht. Fysieke mobiliteit zou vervangen worden door virtuele mobiliteit. Dat was dus te simpel gedacht. Face to face contact blijft voor telewerkers belangrijk, net zoals plezier-winkelen dat is voor telewinkelaars.

Echter, op het moment dat we beschikken over zintuiglijk rijke communicatie (beeldtelefonie & videovergaderen) van hoge kwaliteit in plaats van de zintuiglijk arme communicatie van nu (email & telefoon) is virtueel face to face contact even goed en bruikbaar als fysiek face to face contact.

Maar belangrijk is de constatering dat we een aangeboren behoefte blijken te hebben om onszelf te verplaatsen. Die behoefte verandert niet, hoeveel moderne technologie, hoeveel virtuele mobiliteit ook over ons wordt uitgestrooid. Het automobiel heeft er ook niet voor gezorgd dat we meer tijd doorbrengen aan de open haard, welnee, we gaan alleen maar verder weg. Die ingebakken ‘mobiliteits-tijd’ moeten we blijkbaar hoe dan ook ‘opmaken’. Als we onze tijd dus niet meer hoeven te besteden aan gedwongen mobiliteit (thuis geld pinnen in plaats van lopen naar de bank, telewerken thuis op sommige dagen in plaats van naar kantoor rijden), dan betekent het dat we die extra tijd gewoon opvullen met door ons zelf verkozen nieuwe mobiliteit. De oude beleidsoptie ‘reductie van mobiliteit’ is dus onhaalbaar.

De verschuiving in tijdsbesteding van gedwongen naar gewenst heeft geen direct effect op de omvang van verkeers- en vervoerstromen, maar wel op frequentie, doel en tijdstip. Voor werken, winkelen en mobiliteit in de netwerksamenleving geldt: er is geen sprake meer van pieken en dalen. Er is sprake van een soort continue piek-dal. De hele tijd gebeurt overal van alles. Zonder opstoppingen, maar ook zonder totale stiltes.

Het huis fungeert in de netwerksamenleving als spil van allerhande activiteiten, als centrum van keten-aansturing. Het huis is ook postkantoor, werkplek, leerplek, winkel en fungeert als het ware als de balie van overheid, winkel en ziekenhuis. Het feit dat een aantal belangrijke diensten op afstand te verkrijgen zijn, betekent dat het verschil tussen stad en platteland vervaagt. Waar het voorzieningenniveau van het platteland onrustbarend vermindert en alles steeds meer wordt ingericht op de reikwijdte van de auto, kan digitale technologie ervoor zorgen dat die voorzieningen toch ‘bereikbaar’ blijven. Dat zal de verhuisbeslissingen van mensen beïnvloeden, en ook de vestigingsplaatsfactoren van bedrijven. Kortom, ons ruimtelijk gedrag verandert onder invloed van digitale technologie. De ruimte wordt anders geordend.

Dienstverlening op afstand overal van goede kwaliteit is overigens wereldwijd alleen draadloos mogelijk (satelliet). In gebieden als Nederland kan het misschien ook door bestaande kabels gewoon op te waarderen (vooral elektriciteit), maar dat staat niet vast. Voor de rendabele aanleg van draadloze verbindingen bestaat namelijk geen schaalvereiste (concentraties van mensen!) terwijl dat voor de aanleg van vaste verbindingen wel het geval is. In dat opzicht is de dichte bekabeling van Nederland een nadeel, en geen voordeel.

De smartcard als het ultieme sturingsmiddel van de overheid

In de netwerksamenleving kan de overheid veel krachtiger en efficiënter sturen dan nu. De gebrekkige controle op naleving van wetten die we nu kennen (steekproefsgewijs en achteraf) wordt vervangen door een dynamische check via de smartcard op het moment zelf. De smartcard als sturingsmiddel leidt tot de preventievan fraude en overtredingen. Klassiek voorbeeld is de verkeersdrempel; die perkt het gedrag van de burger in tot dat wat door de overheid gewenst wordt. De verkeersdrempel krijgt zijn veel verder strekkende vervolg in de autosmartcard. De smartcard bepaalt of de auto start, wie hem start, waar hij mag rijden, hoe hard, wanneer en tegen welke kosten. Maar schrijft ook groene bonuspunten bij wanneer de burger weinig rijdt. Onverzekerd rijden en rijden zonder dat wegenbelasting betaald is, wordt onmogelijk. Stoplichten zijn meer nodig en zwartrijden in het openbaar vervoer is er ook niet langer bij. Minder kosten maar ook minder agressie. Kortom, door digitale technologie als sturingsmiddel kan de overheid in het afdwingen van haar beleid een ongehoorde mate van efficiëntie bewerkstelligen.

Dat de overheidsefficiëntie van nu gebrekkig is, is soms plezierig voor de burger die af en toe toch graag zijn individuele belang voorrang geeft op het algemeen belang en door rood rijdt of zijn belasting te laat of niet betaalt. Sjoemelen doen we allemaal, want de pakkans is immers toch klein. Die marges verdwijnen waar de pakkans 100% is. Maar ook kan zo’n superefficiënte staat de overheid zélf ¾ paradoxaal genoeg ¾ onwelgevallig zijn. Foute dingen toestaan is immers een kenmerk van het huidig overheidshandelen, dat noemen we gedoogbeleid. De vraag is: willen we nog wel regelen wat we nu allemaal geregeld hebben op het moment dat wet- en regelgeving ingebouwd kan worden in apparaten en infrastructuur, en zo 1 op 1 kan worden afgedwongen? Misschien moeten we in de netwerksamenleving minder regelen maar wel voor 100% achter dat ‘mindere’ staan.

Een interactieve overheid is een legitieme overheid

Sturing brengt me op het laatste punt, de invloed van digitale technologie op besluitvorming. Waar het gaat om de informatievoorziening, kan digitale technologie personaliseren en visualiseren. Mail de verandering van bestemmingsplan aan iedere betrokkene, werk met simulaties om verschillende varianten van een nieuwe weg te tonen inclusief financiële en ruimtelijke consequenties. Een beleidsplaatje zegt meer dan duizend beleidswoorden. Waar het gaat om de verdeling van macht en invloed heeft digitale technologie weinig in te brengen en gaat het meer om de visie op de rol van de overheid in een complexe samenleving.

Op verschillende plekken wordt geëxperimenteerd met beleidsvormen die de burger meer betrekken bij actuele beleidszaken in een vroeg stadium van het beleid. Politieke partijen hebben minder leden dan een willekeurige natuurorganisatie of autoclub. Eenmaal in de zoveel jaar de burger vragen ja of nee te zeggen tegen een totaalprogramma met hoog wensgehalte, zonder dat de reden achter zijn stem of niet-stem achterhaald kan worden, voldoet niet meer. Interactieve beleidsvorming veronderstelt een andere rolopvatting van bestuurders en politici. Daar zijn al voorbeelden van.

Interactieve beleidsvorming maakt van de overheid meer een procesmanager en van de politiek meer een consolidator dan de exclusieve bepaler van inhoud en tempo. Immers, de hoeveelheid kennis & kunde (en niet te vergeten geld) buiten de overheid over beleidsrelevante zaken is de afgelopen decennia zo groot geworden, dat het krankzinnig zou zijn nog langer te veronderstellen dat de overheid haar oude exclusieve, centraal sturende rol kan blijven spelen. Een werkelijk interactieve overheid beslist in stappen, zonder al te grote gehechtheid aan de eigen bedachte oplossingen, is bereid kennis te delen, is bereid kennis te accepteren die de eigen oplossing niet schraagt, is bereid haar mening te herzien.

Het is niet zo dat besluitvorming in haar geheel gedigitaliseerd kan worden, daar is de wereld te ingewikkeld voor. Van een digitale besluitvormingsmachine is geen sprake, en ook niet van een directe democratie. Eerder van een hybride democratie met een mix van direct en representatief, maar wel een waarin representativiteitsclaims hard gemaakt kunnen worden, van welke partij ze ook komen. En met verrassende verstrengelingen tussen markt en politiek: de intelligente koelkast als stemlokaal, wie weet…

Ook in een netwerksamenleving moet een actor een consoliderende rol spelen. Van beleid dat in samenwerking met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en burgers is voorbereid en op draagvlak kan rekenen. Voor die rol is de overheid in principe goed toegerust. Maar die consolidatie mag niet, zoals nu het geval is, betekenen dat informele besluitvorming dunnetjes wordt overgedaan in het formele traject, met voorbijgaan aan wat reeds bereikt was aan consensus. De calculerende overheid doet bepaald niet onder voor de calculerende burger. Trage besluitvorming is voornamelijk een intern overheidsprobleem ¾ gevolg van gebrekkige afstemming tussen bestuurslagen, van hogere overheden die te veel centraal willen afdwingen, van lagere overheden die de komt tegen de krib gooien (hindermacht) en eigen wet- en regelgeving maar slordig nakomen.

Om voorbereid te zijn op de netwerksamenleving, moet de overheid flexibiliteit inbouwen in haar beleid. We hebben instrumenten nodig die sneller verplaatsbaar, afbreekbaar, veranderbaar zijn. Of het nu gaat om flexibele infrastructuur of flexibele woningbouw, het idee is niet langer beton storten maar bellen blazen. Of, iets industriëler gezegd: bouwen zoals auto’s gebouwd worden. In serieproduktie en toch op maat.

Proeftuin: de bouw van een intelligente, duurzame wijk

Digitale technologie is een tentakeltechnologie. Het doordringt alle facetten van het dagelijks leven. Dat is fascinerend, maar maakt het tegelijk moeilijk er beleidsmatig handen en voeten aan te geven. Want waar moet je in vredesnaam beginnen? Wat we nodig hebben is een focus waarin verschillende disciplines en beleidsdoelen bij elkaar komen. En waar de behoeftes van de burger centraal staan. Idee: een proeftuin, de bouw van een intelligente, duurzame wijk. Een wijk waar digitale technologie gebruikt wordt om een duurzame fysieke leefomgeving te scheppen. Een wijk waar de mobiliteit duurzaam is, de huizen en kantoren intelligent, waar thuis virtueel gewerkt en gewinkeld kan worden, waar goederentransport ondergronds plaatsvindt, waar de sociale veiligheid groot is en de privacy gegarandeerd. Een wijk met een woonsmartcard annex stadspas of telewinkelapparaat voor duurzaam wonen in intelligente werkwoningen. Een wijk die voorzien is van wijkdienstencentrum en zelfs ondergrondse goederendistributie. Met een autosmartcard voor duurzaam personenverkeer en telewinkelverkeer, als voorbereiding op de bestuurderloze deelauto en winkelwagen. Waar milieuvriendelijk gedrag financieel wordt gehonoreerd op de groene winkel-smartcard.

Een wijk die wordt gebouwd in samenspraak met haar toekomstige bewoners. Een wijk waar rood plaats maakt voor groen. Een wijk waar iedereen dolgraag wil wonen.

Natuurlijk, het is maar een idee, maar waren ideeën niet hard nodig in de aanstormende kenniseconomie?

Tot op heden vormde de fysieke snelweg dé graadmeter voor de economische ontwikkelingen van een land. Is er maar één snelweg in een land, zoals in Mali, dan gaat het daar bepaald niet goed. Er is nu een nieuwe economische graadmeter bijgekomen: de aanwezigheid van virtuele snelwegen. Investering in een digitale infrastructuur en in virtuele diensten is van cruciaal belang voor de totstandkoming van de kenniseconomie, van een duurzame netwerksamenleving, waarin de positieve mogelijkheden van digitale technologie en sociaal-economische dynamiek maximaal worden benut.

De fysiek-ruimtelijke voordelen van Nederland, haar deltaligging, haar aardgas, zijn we virtueel gezien kwijt. Virtueel tellen die niet mee. Virtueel zijn heel andere kwaliteiten van belang, niet gebonden aan ‘grond’: het gemiddeld opleidingsniveau van een streek, de doorsnee talenkennis, de vraag of in wegen, huizen, kantoren en auto’s voldoende intelligentie is ingebouwd. Elk land kan virtuele deltavoordelen opbouwen; een door de natuur verstrekt extra voordeeltje is er niet bij.

Tegelijkertijd is het zo dat digitale technologie het fysieke deltavoordeel juist kan versterken, ons de mogelijkheid geeft meer toegevoegde waarde te halen uit de mainport. Een toekomstbestendige benutting van het deltavoordeel zal steeds afhankelijker worden van de mate waarin we slagen de brainport in de mainport in te bouwen. Zodat we een complexere logistiek aankunnen, we het milieu minder belasten, onze bestaande infrastructuur efficiënter benutten, goederenvervoer ondergronds krijgen, legere en misschien minder wegen bovengronds, ruimte besparen door compactere bouw, of minder files.

De in deze toekomstverkenning behandelde thema’s liggen niet op het exclusieve gebied van een enkel departement. Dat kán ook niet gezien het tentakelkarakter van digitale technologie. De beleidsgebieden van EZ zijn erbij betrokken, die van VenW, LNV, BZK, Justitie, VROM… Eigenlijk vormt het ’t gebied van een departement dat nog niet bestaat: een Ministerie van Ruimte & Tijd ¾ een ministerie dat rekening houdt met de directe en indirecte effecten van digitale technologie op elk beleidsgebied. Niet een ministerie van beton en steen, maar een virtueel en tijdelijk samenwerkingsverband. Het Ministerie van Ruimte & Tijd controleert niet en handhaaft niet, gebiedt niet en verbiedt niet. Vergadert niet maar bouwtBrengt kennis samen. Informeert, communiceert en activeertBrengt digitale beleidskennis flankerend in, stimuleert nieuwe beleidsinhoudelijke digitale projecten, brengt spelers bij elkaar.

Onze conclusie luidt dat VROM digitaal op projectniveau goed bezig is, maar in haar officiële beleid een inhoudelijke inhaalslag moet plegen ten opzichte van andere overheden en instituten die al veel digitale technologie in hun beleid stoppen, zoals VenW, EZ, de WRR, CPB en TNO, maar ook internationaal. Met zo’n inhaalslag maakt VROM haar rol van beleidsinnovator en kennisontwikkelaar waar. Het kan VROM na 2000 in de voorhoede plaatsen van de Europese milieu- & ruimteministeries.

Voor deze inhaalslag geven we hieronder concrete ideeën die zoveel mogelijk aansluiten bij reeds lopende initiatieven. Want van markt & maatschappij moeten we het hebben; daar gebeurt het echte werk. Deze ideeën kunnen gebruikt worden door iedereen die zich aangesproken voelt. Door beleidsmakers met de uitdaging om op hun specifieke terrein de mogelijkheden van digitale technologie te benutten. Door collega’s die beleidsmakers ondersteunen, zoals voorlichters, beleidsadviseurs, controllers enzovoorts die hun diensten kunnen vernieuwen met behulp van digitale technologie. Maar ook door managers en besluitvormers binnen en buiten VROM, nationaal en internationaal, die vernieuwing op digitaal gebied tot stand willen brengen.

Ideeën voor milieu, wonen & ruimte
Milieu

2000-2001 Bouw een expertsysteem Milieu

Bouw een expertsysteem dat alle informatie over milieu en vergunningen bijeenbrengt en actueel houdt en volg het beproefde recept: het systeem stelt de gebruiker vragen en komt uiteindelijk met een serie milieuvereisten waaraan de gebruiker in diens specifieke situatie moet voldoen. Net zoiets als de belastingaangifte op Internet. Niet het aanbod (milieuwetgeving) staat centraal maar de gebruiker. Maak de oversteek van informatie naar transactie: verstrek uiteindelijk ook vergunningen via Internet.

Neem in de Internetsite actuele cijfers op over schadelijke uitstoot per regio (personaliseer naar postcode), per vervoersvorm, per beroepsgroep, per huishoudenstype.

2002 Bouw een Internet-veiling voor verhandelbare rechten

Bouw een Internet-veiling waar particulieren en bedrijven verhandelbare rechten kunnen verhandelen (vermogensrechten, emissierechten). Leg vast welke en hoeveel vermogensrechten iemand heeft, zoals productierechten en productiequota (varkens, melk, mest). Een boer bijvoorbeeld kan emissierechten bijkopen van een andere boer op zijn smartcard als hij zijn omzet wil vergroten, maar hij kan ook investeren in emissiebeperkende maatregelen en daarvoor bonuspunten krijgen of een fiscale korting. Denk aan de boer die zijn mineralenuitgifte beperkt. Een infrabeheerder (weg, vliegtuig) kan geluidsoverlast afkopen van de burgers die hinder hebben van zijn activiteit. Dit is plaatsgebonden (vervalt aan de nieuwe bewoner bij verhuizen).

2000-2010 Stimuleer de inbouw van intelligentie in apparaten en infrastructuur

Intelligente (sensorische) apparaten dragen bij aan contextueel en gebruikerspecifiek, dus energiezuiniger gebruik. Denk aan huishoudelijke apparaten en huishoudelijke diensten met als doelgroep particulieren en aan infrastructuur met als doelgroep wegbeheerders en gebouwbeheerders. Stimuleer (onderzoek naar) het intelligent maken van huishoudelijke en industriële apparaten en infrastructuur. Stimuleer fabrikanten om intelligentie in hun producten toe te passen. Om en in het huis en kantoor: de intelligente koelkast, energie-smartcards, energieagenten die voor de gebruiker energie zoeken waar ze het goedkoopst of het groenst is, en in het algemeen het intelligente huis (zie onder Wonen). Om en in de weg: intelligente wegverlichtingsarmatuur, sensorische stoplichten en dergelijke.

2000-2005 Stimuleer de milieu-smartcard

Stimuleer het grootschalig gebruik van de reeds bestaande milieu-smartcard c.q. de stadspas. Stimuleer fabrikanten om extra milieu-informatie (energieverbruik, afvalkosten) in de streepjescode van hun goederen te stoppen die tevoorschijn komt in de streepjescodelezers in de winkels en op de kassabon.

De smartcard maakt het mogelijk infrastructuur te personaliseren en te delen. Dat stimuleert gebruik in plaats van bezit, en dat is om milieu- en kostenredenen gunstig. Denk aan deelauto’s, maar ook aan de wasmachine en het kopieerapparaat in het wijkdienstencentrum. Stimuleer dat andere partijen dit aspect uitbuiten in hunsmartcards. Ga samenwerking aan met andere uitgevers van smartcards, zoals de geografisch georiënteerde multifunctionele stadspas die toegang biedt tot zwembad, bibliotheek, ijsbaan, vakantiehuisjes, schouwburg enzovoorts. Bedenk een manier om ‘groen gedrag’ te waarderen op deze kaarten.

Bouw een soort ‘groene winkel-smartcard’, een afgescheiden vakje op de Chipper/Chipknip die bonuspunten bijschrijft voor wie veel producten koopt die energiezuinig of afvalbesparend zijn. Dat kan blijken uit de extra informatie in de streepjescode.

2010-2030 Stimuleer de ontwikkeling naar bestuurderloze (winkel)wagens, zowel bovengronds als ondergronds, van ketenvervoerders, en van een auto-smartcard

Vergroot de huidige inspanningen om bestaande infrastructuur beter te benutten. De gedistribueerde sturing van treinen kan extra ruimtebeslag van nieuwe infrastructuur voorkomen. Geautomatiseerde ondergrondse parkeervoorzieningen verminderen het ruimtebeslag bovengronds.

Stuur aan op een trendbreuk voor de lange termijn (30 jaar). Stimuleer de ontwikkeling naar de bestuurderloze auto, zowel voor personenverkeer (de personenauto) als voor goederenvervoer (de winkelwagen). Vergroot de bestaande inspanningen voor ondergronds goederentransport; om te beginnen voor stedelijke congestiegebieden, maar zo flexibel dat het kan worden uitgebreid naar een net met landelijke dekking. Dit is tevens een kans om het concept van wijkdistributiecentra en wijkdienstencentra te stimuleren.

Bestuurderloze mobiliteit vormt een uitgelezen kans om het gebruik van deelauto’s verder te stimuleren. Creëer de institutionele infrastructuur die nodig is voor bestuurderloze mobiliteit. Voor nieuwe vormen van vervoerdiensten zijn nog niet bestaande samenwerkingsverbanden nodig tussen autofabrikanten, de beheerders van de wegen, de parkeerplaatsexploitanten en de aanvullende vervoerdiensten. Breng pilots tezamen die in die richting gaan en richt een ruimtelijk proefgebied in (zie de Proeftuin).

Stimuleer de bouw van een Internet veilingmechanisme voor de ketengestuurde afhandeling van vraag en aanbod in de goederensector. Stimuleer het ontstaan van ketenvervoerders voor gebundeld goederenvervoer van zowel bedrijven als particulieren (telewinkelen).

Stimuleer de ontwikkeling van een auto-smartcard. Haak aan bij een van de talloze mobiliteitsproeven waar een smartcard wordt gebruikt. Bij voorkeur draadloos rekeningrijden, bij voorkeur een proef met zowel openbaar vervoer als auto. Zorg ervoor dat deze smartcard een groen tintje krijgt. De gebruiker krijgt bonuspunten voor mobiliteit bijgeschreven op zijn smartcard wanneer hij binnen een jaar onder een bepaald aantal kilometers blijft, of reist op daltijdstippen, of zoveel mogelijk op rustige wegen, of meer van openbaar vervoer dan van de auto gebruik maakt, enzovoorts. Zorg dat groene bonuspunten leiden tot fiscaal voordeel. De omgekeerde benadering is ook mogelijk: de deelnemer krijgt een maximaal aantal automobiliteitspunten of filetijd per jaar toegekend en moet daaronder blijven.

Wonen & werken

2002 Ontwerp een ‘Digilabel’ voor woningen en wijken

Ontwerp een Digilabel voor intelligente woningen, kantoren en wijken, vergelijkbaar met het Seniorenlabel, de energieprestatiecoëfficiënt en het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Er worden al energie-efficiënte, sociaal veilige, seniorenvriendelijke en duurzame woningen gebouwd ¾ welnu, dan kunnen we ook digitale woningen bouwen waarin al deze aspecten tezamen komen. Het Digilabel kan een open en zelfs internationale standaard worden voor de intelligente werkwoning van de 21e eeuw.

Het Digilabel is zowel bedoeld voor bouwers als voor bestuurders. Het Digilabel bevordert (technische) standaardisatie, afgaande op wat in het buitenland al ontwikkeld is. Denk aan een open standaard voor:

  • de aanleg van bij voorkeur draadloze en vanaf elk willekeurige plek buiten het huis te bedienen thuisnetwerken;
  • sensorische apparaten zoals daglichtafhankelijke verlichting, intelligente energie-agenten, intelligente energiemeters e.d. (energiezuinig huishouden);
  • Internet-toegang voor werken en leren in de woning (werkwoning);
  • intelligente koelkast e.d. (telewinkelen);
  • ingebouwde videocamera’s (televeiligheid; burenalarm).

Het Digilabel kent ook een kantoorgedeelte waarmee een goede afweging te maken valt of voor een gegeven bedrijf en een gegeven behoefte aan arbeidskracht wel het bouwen van een nieuw fysiek gebouw nodig is. De score geeft aan of met een (betere) virtuele organisatie van werkstromen en telewerken het voldoende is om bestaande gebouwen ¾ al dan niet heringericht ¾ te hergebruiken.

2002 Bouw een expertsysteem Bouwen

Ontwerp een expertsysteem dat alle informatie over bouwen, bouwvergunningen en dergelijke bijeenbrengt en actueel houdt. Het systeem stelt de gebruiker vragen en komt uiteindelijk met een serie bouw- en vergunningseisen waaraan de gebruiker in diens specifieke situatie rekening mee moet houden. Maak vervolgens de oversteek van informatie naar transactie.

2000 Stimuleer extreem flexibel bouwen en flexibele infrastructuur

Stimuleer fundamenteel onderzoek naar een bouwproces en bouwmaterialen met een extreme mate van veranderbaarheid en flexibiliteit. Voor een bouwproces dat het mogelijk maakt dynamisch in te haken op snel veranderende vraagpatronen en woonwensen. Pas dit principe ook toe op het resultaat, het gebouwde. Daarvan moet de indeling en de functionaliteit idealiter zo makkelijk en snel veranderbaar zijn tegen zulke lage kosten en tijd, dat dezelfde bewoners in een nieuwe levensfase dan wel volgende bewoners nog steeds met het gebouwde uit de voeten kunnen. Denk aan bouwmateriaal dat bij wijze van spreken in een dag gedepolariseerd (verzacht), opnieuw gevormd, en weer gepolariseerd (verhard) kan worden. Als zulk bouwmateriaal niet bestaat, ontwikkel het dan. Woning- en kantoorbouw als autobouwen of als bellenblazen.

Ditzelfde geldt ook voor de aanleg van infrastructuur. Flexibele infrastructuur vermindert de hoge terugverdientijd en terugverdienkosten en maakt de aanleg van nieuwe infrastructuur makkelijker.

2000 Stimuleer werkwoningen & ondergronds bouwen

Stimuleer de bouw van werkwoningen, ruimere woningen waarin ook ge(tele)werkt kan worden. Stimuleer de bouw van compactere kantoren en parkeervoorzieningen, ook ondergronds.

2002 Stimuleer woon-smartcard, stadspas & telewinkelapparaat

De woon-smartcard bestaat al ¾ in rudimentaire vorm en met kinderziektes, maar toch. Een goede woon-smartcard is in wezen een woon-wijk-smartcard, een combinatie dus van wonen en dienstverlening. Dat komt weer in de richting van de geografisch georiënteerde multifunctionele stadspas, die ook al rudimentair bestaat en die toegang biedt tot zwembad, bibliotheek, ijsbaan, vakantiehuisjes enzovoorts. Een andere reeds bestaande component is het huisgebonden telewinkelapparaat met bijbehorend telewinkelconcept. Ook intelligente energiemeters van verschillende energiebedrijven werpen hun vruchten al af.

Stimuleer en combineer al deze produkten, o.a. voor grootschalig gebruik. Benut de gemeenschapsbevorderende potentie van de smartcard (delen infrastructuur). De beste slaagkansen bestaan bij inzet in een besloten, bekende groep gebruikers en een meervoudige doelstelling (én efficiëntie én fraudevermindering én verbetering dienstverlening). Beloon groen woongedrag, zoals weinig energieverbruik.

In de ideale woonsmartcard komen alle aspecten van wonen en dienstverlening tezamen:

  • de toegang tot de woning (de smartcard als sleutel);
  • woonelementen als lidmaatschap woningbouwvereniging, eigendomsrecht woning, recht op en ontvangst van huursubsidie; energierekening;
  • toegang tot het wijkdienstencentrum met wijkdiensten als presentatiezaal, wasmachines enzovoorts;
  • wijdere dienstverlening, zoals thuiszorg, telewinkelen, huur deelauto.

Ruimte (stad & land)

2002 Bouw een website ruimtelijke informatie

Bundel de diverse inspanningen die reeds bestaan rondom geo-informatie en bouw een keten-website die alle geografische informatie over Nederland, bestemmingsplannen, infrastructuurplannen en dergelijke bijeenbrengt.

Gebruik geavanceerde detectiesoftware via GPS om veranderingen in ruimtegebruik dynamisch te ontdekken en illegaal ruimtegebruik en afvalstort tegen te gaan. Laat deze informatie dynamisch zien op de Website, net zoals nu reeds gebeurt met file-informatie.

Stimuleer fabrikanten om intelligente infrastructuur te maken die zichzelf via GPS rapporteert als er gebreken optreden.

Ideeën voor dienstverlening, besluitvorming & sturing
Dienstverlening

2000 Herontwerp de huidige VROM-site

Herontwerp de huidige VROM-site op Internet vanuit het oogpunt van de gebruiker. Maak gepersonaliseerde zoekprofielen voor iedere bezoeker van de site. Personaliseer digitale informatieproducten. Maak niet een tekst met alle mogelijkheden op een rij maar maak een expertsysteem op Internet. Dit expertsysteem stelt de gebruiker vragen en geeft hem het antwoord en de informatie die past bij zijn specifieke situatie.

Geef diverse zoekmogelijkheden. Bied inhoudelijk overzicht en samenvatting in plaats van alleen het detail, en verwoord de VROM-missie. Bied actuele informatie, niet alleen maar de tekst van nota’s. Bied dynamische procesinformatie die direct afkomstig is uit de diensten. Stel een redactieteam samen dat tussentijdse informatie zoals projectvoortgang actief verwerft bij VROM-medewerkers en deze verspreidt. Dit kan een samenwerking zijn tussen Voorlichting, Bibliotheek, en nieuwe intranetjournalisten die op de werkvloer rondsnuffelen. Maak gebruik van nieuwe technische mogelijkheden, zoals hybride oplossingen, om voldoende snelheid te garanderen.

De VROM-bibliotheek moet zich instellen op een veranderende rol, die meer gaat in de richting van kennismakelen dan het bijeenbrengen van fysieke producten. Vul de bestaande nieuwsbrief aan met informatie over digitale technologie en beleid. Start een meerjarenprogramma digitale technologie en duurzame samenleving dat de ontwikkelingen op alle VROM-terreinen bijhoudt en bied dit als dienst aan de VROM-onderdelen aan. Breng een overzichtspublicatie digitale technologie en duurzame samenleving uit. Gebruik de Website om de informatie actueel te houden. Bouw mee aan innovatieve zoekprogramma’s, informatieprofielen en informatielabels.

2000-2005 Maak alle VROM-dienstverlening asynchroon (intern en extern inclusief huursubsidie)

Doe wat u predikt. Wees een rolmodel en richt ook de eigen organisatie virtueel en asynchroon in. Faciliteer een open, interactieve en efficiënte overheid: faciliteer telewerken, faciliteer digitale werkomgevingen voor tijdelijke en wisselende samenwerkingsverbanden, en faciliteer asynchrone dienstverlening. Ga gericht digitale allianties aan met de labs van bedrijven, universiteiten en kennisinstituten.

Bouw een intranet en een extranet dat beveiligd is en op elk moment bereikbaar is vanaf elke willekeurige plek voor wie daartoe gemachtigd is. Gebruik uitsluitend Internetstandaarden. Sluit aan bij het overheidsintranet dat in de maak is.

Experimenteer met mobiele en draadloze werkplekken met smartcard-PC’s voor identificatie en toegang en de voorlopers van het ‘papieren beeldscherm’. Experimenteer met video-overleg en beeldtelefonie vanaf en op de (mobiele) werkplek onder gebruikmaking van Internet-standaarden. Visuele communicatie kan de feitelijke mogelijkheid tot werken op afstand ¾ onder andere telewerken en samenwerking op projectbasis ¾ sterk verbeteren. Plan vergaderingen bij voorkeur niet ’s ochtends vroeg (files!). Verlaag de status van vergaderen. Vergader minder.

Maak na het jaar 2000 alle interne en externe dienstverlening asynchroon, zoals huursubsidie, personeelsdossiers, teruggave ziektekosten en dergelijke. VROM-werknemers en burgers kunnen de status van hun verzoek of dossier dan digitaal volgen en het dienstverleningsproces in kwestie digitaal sturen.

Bouw procesgaranties in voor de actualiteit, validiteit en veiligheid van informatie, zoals de uniciteit van de VROM-site en van VROM-informatie. Zorg voor veilige (versleutelde) email-communicatie. Werk hiertoe samen met Trusted Third Parties (TTP’s) inclusief een TTP-Internetprovider. Gebruik digitale handtekeningen om parafen te zetten en om claims van derden te autoriseren. Gebruik een digitaal labelsysteem om de aard van informatie te duiden.

Gebruik de gebruikers om doorlopend de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren. Start een doorlopende website waar klachten over dienstverlening gedeponeerd kunnen worden en gebruik die, samen met een analyse van telefonisch binnengekomen klachten en officiële bezwaarschriften, om de dienstverlening zichtbaar voor de gebruikers en het algemene publiek te verbeteren.

Maak inspecties van milieu, bestemmingsplannen, bouw- en woningtoezicht en dergelijke mogelijk door de inspecteurs uit te rusten met laptops met geo-informatie, spraakherkenning en een GPS/GSM-verbinding met het netwerk. Zet de resultaten van dergelijke inspecties op de Website.

Besluitvorming

2000-2005 Bouw een visueel Internet-platform voor de officiële inspraak en koppel deze aan Leefomgevingskapitaal

Bouw een visueel Internet-platform dat een koppeling legt tussen de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, hetVierde Nationaal MilieubeleidsPlan en de Nota Wonen in de 21e Eeuw. Het betreft zowel interne beleidsvoorbereiding als officiële inspraak. Dit platform heeft zowel een interne als een externe functie. Het dient als digitale werkomgeving voor het projectteam en als openbare, officiële informatie- en inspraakplek. Het projectteam heeft een afschermd gebied op intranet dat vanaf elke plek bereikbaar is voor haar leden en voor de aangewezen externe meedenkers. Creëer niet zozeer iets nieuws, maar maak gebruik van reeds bestaande Internet-debatten, nieuwsgroepen en dergelijke en probeer in te spelen op de debatcultuur die daar heerst.

Het platform moet de meest actuele informatie en discussies bevatten die maar voorhanden zijn, inclusief de resultaten van alle gewone inspraakavonden. Besteed aparte aandacht aan manieren om de aandacht van deelnemers die elkaar niet kunnen zien, extra vast te houden. Gebruik delen van de besluitvormingsondersteunende systemen van de Group Decision Room, bijvoorbeeld het brainstorm-onderdeel. Wed niet op één paard, maar wissel in de loop van de discussie af tussen lijfelijk contact en gedistribueerd beeldschermcontact. Werk samen met de Internet-versies van kranten. Gebruik het platform zowel virtueel via Internet als in zaaltjes met grootbeeldprojector. Op deze manier fungeert de Internet-plek als onmisbare informatiespil voor alle deelnemende partijen, extern én intern.

De redactie stelt de informatie beschikbaar en leidt de openbare discussies. Ze maakt in een tijdas visueel duidelijk wat de fasen zijn in het project, welke criteria worden gehanteerd voor afronding, en hoe terugkoppeling plaatsvindt.

De redactie maakt de materie inzichtelijk door middel van een opiniepeiling waarvan de vragen de deelnemer in kort bestek de dilemma’s van de materie duidelijk maken. Elk antwoord op elke vraag levert punten op voor een van enkele voorgedefinieerde clusters of scenariomogelijkheden. De resultaten worden onmiddellijk voor iedereen zichtbaar in een grafiek. De peiling wordt van tevoren ingevuld door VROM-bewindslieden en daartoe uitgenodigde voorlieden van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Zo wordt duidelijk welke belangen (en niet zozeer individuele meningen) een rol spelen in het beleid, welke prioriteiten aan welke belangen worden toegekend en door wie.

De redactie brengt alle informatie ¾ om te beginnen de nota’s van de departementen die de input leveren ¾visueel in beeld, bijvoorbeeld door gebruikmaking van een geografisch informatiesysteem, virtual reality, 3D, spelvorm. In deze opzet kunnen deelnemers op het beeldscherm schuiven met objecten (huizen, wegen, groen enzovoorts) en alternatieven bedenken binnen de randvoorwaarden van de besluitvorming. Een verandering wordt direct op het scherm gerealiseerd. Als het lukt om grotere groepen deelnemers te trekken, kan er een statistisch programma op worden losgelaten dat onderliggende patronen onderkent.

De volgende stap is dit visuele platform te koppelen aan de matrix met factoren van het Leefomgevingskapitaal. Deelnemers kunnen hun prioriteit geven door punten toe te kennen aan de verschillende factoren van de Leefomgevingskapitaal in relatie tot de verschillende onderdelen en voorstellen uit de Vijfde Nota.

Een andere stap is te experimenteren met toegang tot de VROM-websites door middel van een privacy smartcard, bijvoorbeeld voor een opiniepeiling of referendum in het eerste decennium van het nieuwe millennium.

Sturing

Maak beleid flexibel

De overheid kan het zich niet langer veroorloven beleid te maken en uit te voeren dat langzaam is. Dat sluit niet meer aan bij de maatschappelijke werkelijkheid en de maatschappelijke behoeften. Beleid moet idealiter eenzelfde soort flexibiliteit en veranderingssnelheid krijgen als in de goederen- en dienstensector steeds vaker gangbaar is. Flexibiliteit moet in de beleidsinstrumenten ingebouwd worden. Ook beleidsmakers moeten gaan denken in termen van massa-individualisatie, ketenomkering en ketensturing.

Onderzoek digitale technologie als sturingsinstrument

Als de smartcard inderdaad wet- en regelgeving gaat herbergen en de overheid daardoor inderdaad superefficiënte sturingskracht krijgt, zoals we hier hebben aangenomen, dan is onderzoek nodig naar de situaties waarin dat kan gaan spelen, op welke termijn, en welke van die situaties wenselijk zijn en welke niet, en hoe de overheid deze kan bevorderen of tegengaan. Leveren de smartcard en andere vormen van digitale technologie als sturingsmiddel effectieve(re) sturingsinstrumenten op voor ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, wonen & werken, en voor het afdwingen van de naleving van wet- en regelgeving in het algemeen?

Zoek een antwoord op nieuwe onderzoeksvragen

Gebruik Een Ministerie van Ruimte & Tijd als een uiterst digitaal scenario en zet dat af tegen scenario’s die een heel andere kant opgaan. Zoek een kwantitatief antwoord op de volgende nieuwe onderzoeksvragen en ontwerp-opgaven.

  • INFRASTRUCTUUR Is het vermoeden juist dat vooral draadloze infrastructuur de gewenste hoog kwalitatieve, betaalbare netwerktoegang kan bieden voor iedereen & overal? En is het vermoeden juist dat investeren in de kabel Nederland op termijn alleen maar op achterstand zal zetten?
  • KENNIS/ECONOMIE Maak een andere statistisch-economische rubrieksindeling op basis van het onderscheid ‘fysiek contact nodig / niet nodig’ en de frequentie daarvan. (Het maakt verschil uit of je virtuele dingen doet een paar uur per dag elke dag in de week, of in een aaneengesloten blok van twee of drie dagen.) Vergelijk de huidige situatie, waarin virtueel contact gebrekkig is, met een toekomstige situatie waarin geen kwalitatief verschil meer bestaat tussen een virtuele en een fysieke ontmoeting (op tast na).
  • KENNIS/ECONOMIE Een voornaam effect van digitale technologie in huishoudelijke, industriële en organisatorische processen is de reductie van menselijke interventie. Voorheen noodzakelijke menselijke interventie wordt omgezet in digitale interventie, in digitale modellen (software). Dit speelt niet alleen in organisatorische processen, zoals de sociale zekerheid, maar ook in alledaagse bedieningsprocessen in en om het intelligente huis, het intelligente kantoor en de intelligente auto. In welke mate en bij welk soort activiteiten en in welke branches is de reductie van menselijke interventie grootschalig? Wat voor gevolgen heeft de reductie van menselijke interventie voor de verdeling van werkgelegenheid (bijv. verschuiving van administratieve werkgelegenheid naar werk in de fysieke openbare orde & veiligheid)?
  • KENNIS/ECONOMIE Waar is persoonsgebonden kennis nog wel om te zetten in digitale (geformaliseerde, gecodificeerde, en daardoor breder overdraagbare en inzetbare) kennis, en waar niet? Wat voor gevolgen heeft de reductie van menselijke interventie voor het concurrentievoordeel of -nadeel van landen en culturen die vooral op informele en weinig vastgelegde wijze zaken doen?
  • KENNIS/ECONOMIE Bouw een bruikbaar model of toetsingskader om de kosten en baten van investeringen in harde infrastructuur (wegen e.d.) af te wegen tegen investeringen in zachte infrastructuur (kennis en diensten).
  • SOCIALE ACCEPTATIE De sociale acceptatie van een digitale verandering hangt af van de balans tussen het nut dat de verandering brengt ¾ in termen van gemak, genot, gewin ¾ en anderzijds de veranderingskosten die het met zich meebrengt: in tijd, geld, en vooral ook mentale moeite. Traditioneel wijzen de belanghebbenden bij een verandering (markt, overheid) vooral op het nut. Bedenk manieren om in het product- of dienstenontwerp ook de veranderingskosten te minimaliseren voor de toekomstige gebruiker.
  • SOCIALE ACCEPTATIE De netwerksamenleving is geen computersamenleving maar een van intelligente apparaten, van ingebouwde intelligentie. Wat voor gevolgen heeft de reductie van menselijke interventie voor de opleidingseisen van allerlei beroepen die moeten kunnen omgaan met ingebouwde intelligentie? Denk niet zozeer aan de producenten (ontwerpers) of de consumenten (gebruikers), maar vooral aan de middenlaag van onderhouders, reparateurs, uitvoerders, bouwers en bedienaars. Bedenk methoden om het gebruiksgemak van intelligente apparaten met een factor 1000 te vergroten (personalisering interface, intuïtief gebruik). Bedenk middelen voor managers om telediensten op grote schaal in de eigen organisatie (telewerken, teleleren) en als organisatieproduct (telewinkelen) te kunnen managen.
  • RUIMTE In een netwerksamenleving is iedere werker een kenniswerker. Iedereen moet met beeldschermen om kunnen gaanAlleen een kleine groep kenniswerkers, laten we zeggen 20-30%, is volledig kenniswerker, maakt een volstrekt virtueel product, en alleen deze groep is voor zijn werk volledig plaatsonafhankelijk. De grootste groep van 70-80% is slechts gedeeltelijk kenniswerker en blijft voor zijn werk dus plaatsgebonden. Dus: afstand als zodanig is zeer beslist niet dood. Betekent deze frequentieverdeling dat er weinig verschil is tussen ons ruimtelijk gedrag nu en in de netwerksamenleving, dus dat de vestigingsplaatsfactoren voor consumenten en producenten grofweg gelijk blijven?
  • MOBILITEIT/PERSONENVERKEER Diensten op afstand (alles waar tele voor staat) creëren een nieuwe keuzemogelijkheid: de keuze tussen fysiek of virtueel contact. Dat creëert een keuzeverandering in mobiliteit: van gedwongen mobiliteit naar gewenste mobiliteit. Wat is de kwantitatieve invloed hiervan op het doel, het tijdstip en de totale duur van het persoonlijke en het collectieve personenverkeer? (Merk op dat in deze vraag de effecten van fysieke en virtuele mobiliteit tezamen komen.)
  • MOBILITEIT/GOEDERENVERVOER Welke beleidsinstrumenten kunnen het beste worden ingezet om in en vanuit de markt ketenlogistiek en ketenvervoerders tot stand te brengen? Denk aan bevordering van de regiefunctie, Internet-veilingen, verhinderen monopolievorming.
  • MOBILITEIT Welke voor- en nadelen in termen van mobiliteitsefficiëntie en milieuwinst levert het ontwikkelingstraject naar de bestuurderloze (winkel)wagen en (deel)auto(bus) op?
  • MILIEU Is een onderzoeksprogramma ‘reductie van menselijke interventie’ zinvol voor integrale stimulering van alle processen waar efficiëntiewinst geboekt kan worden door middel van digitale technologie en door de smartcard in het bijzonder?
  • WONEN & WERKEN Met welke bouwmaterialen en met welke organisatorische structuur kan extreem flexibel worden gebouwd? (Woning- en kantoorbouw als bellenblazen.) Hoe kan de werkwoning flexibel worden gerealiseerd? Welke open standaarden en welke netwerktoegang zijn het beste voor het intelligente huis (domotica, Digilabel)?

Proeftuin: bouw een intelligente, duurzame wijk

Digitale technologie is een tentakeltechnologie. Het doordringt alle facetten van het dagelijks leven. Dat is fascinerend, maar maakt het tegelijk moeilijk er beleidsmatig handen en voeten aan te geven. Want waar moet je in vredesnaam beginnen? Wat we nodig hebben is een focus waarin verschillende disciplines en beleidsdoelen bij elkaar komen. En waar de behoeftes van de burger centraal staan. Idee: maak een proeftuin, bouw een intelligente, duurzame wijk. Een digitale variant van de Betuwelijn; een groot maar praktisch toepasbaar kennisproject waarmee Nederland de netwerksamenleving van de 21e eeuw in kan luiden.

Een wijk waar digitale technologie gebruikt wordt om een duurzame fysieke leefomgeving te scheppen. Een wijk waar de mobiliteit duurzaam is, de huizen en kantoren intelligent, waar thuis virtueel gewerkt en gewinkeld kan worden, waar goederentransport ondergronds plaatsvindt, waar de sociale veiligheid groot is en de privacy gegarandeerd. Een wijk met een woonsmartcard annex stadspas of telewinkelapparaat voor duurzaam wonen in intelligente werkwoningen. Een wijk die voorzien is van wijkdienstencentrum en zelfs ondergrondse goederendistributie. Met een autosmartcard voor duurzaam personenverkeer en telewinkelverkeer, als voorbereiding op de bestuurderloze deelauto en winkelwagen. Waar milieuvriendelijk gedrag financieel wordt gehonoreerd op de groene winkel-smartcard.

Een wijk die wordt gebouwd in samenspraak met haar toekomstige bewoners. Een wijk waar rood plaats maakt voor groen. Een wijk waar iedereen dolgraag wil wonen.

In deze intelligente wijk worden alle beleidsdoelen van VROM integraal gerealiseerd: milieuwinst, ruimtelijke kwaliteit, stedelijke vernieuwing, duurzaam bouwen, duurzame mobiliteit, kennis- en diensteneconomie, efficiënte benutting van bestaande infrastructuur (gebouwen en wegen), flexibel werken, filespreiding, beter openbaar vervoer. Ook komen alle hiervoor gedane ideeën tezamen.

Het is niet de bedoeling iets nieuws te maken of te bouwen, maar om bestaande projecten en initiatieven aan elkaar te koppelen en te stimuleren dat intelligente bouw plaatsvindt. Alles moet uit de maatschappij komen (markt, sociale sector) met een zachte stimulering waar nuttig en nodig van de overheid, bijvoorbeeld in de moeilijke beginfase van vraagdenken en ketenhandelen in de marktsector (bouwnijverheid, zorgsector, energiesector). Er gebeurt al heel veel, in het buitenland (Italië, Japan) maar ook in Nederland (woon- smartcard, telewinkelconcept, multifunctionele stadspas). Te denken valt aan nieuwbouw, maar nog belangrijker is het ontwikkelen van methoden en technieken om de bestaande woonvoorraad intelligent te maken. Dit past in de historische omslag van woonkwantiteit naar woonkwaliteit onder invloed van toegenomen en toenemende welvaart. De bewoners van zo’n wijk moeten in staat zijn hun ‘intelligente’ leefomgeving te gebruiken en te benutten zonder enige digitale kennis. De bewoners moeten ook bij het ontwerp- en bouwproces betrokken worden.

In de proeftuin werken alle strategische VROM-delen samen, onder andere de Innovatieschuur van DGVH, de RPD, Duurzaam Bouwen, NIDO, Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, in samenwerking met andere overheidsorganisaties, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Een departementsoverstijgend ICES-project, maar zonder zware organisatiestructuur of vergadercultuur. En natuurlijk in de vorm van een publiek- private samenwerking met beleidsconcurrentie.

De proeftuin bevat in elk geval de volgende ingrediënten:

  • duurzaam wonen, werken, winkelen: de woningen zijn intelligent en zijn voorzien van sensorische thuisnetwerken, bij voorkeur draadloos of via het elektriciteitsnet, intelligente energie-agenten en dynamische kostenkennis om het energieverbruik te reduceren. De bewoners maken gebruik van een woon-smartcard voor fysieke toegang tot het huis, het wijkdienstencentrum en allerlei diensten, en ook zoiets als een telewinkelapparaat. De woningen zijn opgenomen in een buurtnetwerk voor sociale veiligheid, inbraakalarmering & thuiszorg. De woningen zijn werkwoningen met voldoende ruimte voor tele/thuiswerken.
  • duurzame mobiliteit: intelligent openbaar vervoer, intelligente (winkel)wagens met ketenvervoerders
  • ondergronds goederenvervoer, eventueel aansluitend op wijkdistributiecentra annex wijkdienstencentra;
  • extreem flexibel bouwmateriaal;
  • een interactief bouwproces.

Natuurlijk, het is maar een idee, maar waren ideeën niet hard nodig in de aanstormende kenniseconomie?

DOOR MARCEL BULLINGA

DIRECTIE INFORMATIEMANAGEMENT & ORGANISATIE (DIO) MINISTERIE VROM

Over deze Toekomstverkenning

Nadenken over de toekomst is per definitie speculatief, maar het is evident, dat de ontwikkelingen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie invloed zullen hebben op de toekomstige inrichting van onze samenleving.

Deze Toekomstverkenning schetst het aanzicht van een mogelijke netwerksamenleving, ergens in de eerste helft van de 21e eeuw, met overvloedig beschikbare, betaalbare en bruikbare informatie-, communicatie- en transactietechnologie; de gevolgen van zo’n netwerksamenleving voor de beleidsinhoud van het ministerie van VROM (milieu, ruimte en wonen); de gevolgen voor het beleidsproces (dienstverlening, besluitvorming en sturing); en concrete beleidsideeën voor VROM, onder andere een Proeftuin.

Het is nadrukkelijk geen ja/nee stuk, maar is bedoeld de dialoog binnen en buiten VROM over de mogelijkheden en implicaties van ICT voor de beleidsgebieden ‘milieu, ruimte en wonen’ op gang te brengen en te stimuleren. Door de autonome ontwikkelingen en mogelijkheden van ICT zal het proces van beleid maken en de inhoud van beleid moeten veranderen. Deze verkenning doet een poging hiervoor een integrale vorm aan te geven. Vertrekpunt daarbij is niet de overheidsorganisatie, niet de institutie, maar de burger en diens behoeften, en daarvan afgeleid een aantal collectieve belangen: een goed milieu, een duurzame economie, betaalbaar wonen, ruimtelijke kwaliteit en een efficiënte, transparante en effectieve overheid.

De Toekomstverkenning is opgesteld door de directie Informatiemanagement en Organisatie van VROM en is getoetst in een discussie met ongeveer 30 deskundigen uit de advies- en universitaire wereld in cultureel centrum ‘De Balie’ in Amsterdam.

De lezer hoeft het niet met alles eens te zijn, maar het grote aantal voorbeelden en initiatieven op gebied van ICT van gezaghebbende partijen die hier bijeen zijn gebracht, geven het geheel een bepaald gewicht.

De advisering van de directie I en O over de vernieuwing binnen VROM zal vanuit de in deze verkenning geschetste denkbeelden plaatsvinden. Het management van VROM kan dan vervolgens strategische keuzen op het gebied van ICT maken.

Ik nodig met het uitbrengen van deze verkenning het management, de beleidsmakers van VROM en de bij de beleidsvelden betrokken partijen uit de discussie over de maatschappelijke gevolgen van ICT aan te gaan.

U kunt daarbij altijd een beroep doen op Marcel Bullinga, de auteur van deze verkenning, of op een van de andere medewerkers van de directie Informatiemanagement en Organisatie.

Johan van Wamelen,
directeur Informatiemanagement en Organisatie van VROM