Duurzame mobiliteit: Flexibiliteit is het toverwoord

geplaatst in: Artikelen | 0

Interview met Marcel Bullinga en Jan Rotmans in: Telegraaf Smart Media april 2013.

Een andere nieuwe vorm van duurzame mobiliteit is die mobiliteit zo klein mogelijk te maken, door zo min mogelijk woon-werkverkeer te creëren. Flexwerken, thuiswerken, Het Nieuwe Werken: welke naam je er ook aan wilt geven, het draait om minder verkeer en de spits zoveel mogelijk vermijden. Marcel Bullinga, trendwatcher bij Futurecheck:  “Alles wordt virtueler, het werk volgt de werknemer in plaats van andersom. Als ‘live’ ergens aanwezig zijn niet meer nodig is, dan gebeurt dat ook steeds minder.  Het gaat om het creëren van een zakelijk ‘wij’-gevoel dat locatieonafhankelijk is. Flexibele werkvormen leiden tot gigantische besparingen. Wat het vervoer van goederen betreft gaan we steeds meer naar een lokale economie dankzij de 3D printer en robots. Dat maakt het in de toekomst mogelijk om veel productie die nu outsourced is weer terug te brengen naar Nederland. Hiermee is er op lange termijn minder transport nodig.”

“Wat we nog wel eens dreigen te vergeten als we het over duurzame mobiliteit hebben,” merkt trendwatcher Bullinga op, “is dat de fiets en te voet natuurlijk de duurzaamste vervoermiddelen blijven. Een auto is een heel duur ding dat het grootste deel van de tijd stilstaat. In de toekomst verschuift de focus van bezit naar gebruik van auto’s.” Bullinga voorspelt daarom dat we steeds meer gaan delen. “Delen is het antwoord op de crisis. Dat zie je nu nog vooral bij particulieren, maar dat geldt ook voor zakelijke mobiliteit. Door middel van slimme apps wordt dat veel makkelijker. Eigenlijk een soort carpoolen maar dan met een nieuwe naam. Oude wijn in nieuwe zakken. Flexibiliteit is een van de toverwoorden van de nieuwe mobiliteit.” Maar voordat zakelijk autodelen gemeengoed wordt moet er nog wel een mentaliteitsverandering plaatsvinden, meent Rotmans: “De leaseauto is nu nog een statussymbool, maar je ziet al dat de jonge generatie tot 35 daar niet meer warm voor loopt. Bedrijven moeten daar nog op inspringen.”